OGS – De Oorlogsgravenstichting in ... (jaarlijkse publicatie), ‘s-Gravenhage

OGS - 40 jaar, 16-19

[Semarang 3 – Ereveld] 
[Semarang 3 – Kalibanteng] 
[Surabaya 4 – Kembang Kuning]
 

Nadat Japan op 15 augustus 1945 had gecapituleerd werden ook in het voormalig Nederlands-Indië maatregelen genomen om de oorlogsgraven te registreren en deze zoveel als mogelijk op erevelden bijeen te brengen.
Daartoe werd op 1 juni 1946 in het toenmalige Batavia het Centraal Bureau Gravendienst opgericht, als onderdeel van het Koninklijk Indische Leger. Dit bureau groeide in de loop der jaren uit tot de Legergravendienst, met hoofdkantoor te Bandung. De werkzaamheden strekten zich niet alleen uit tot Indonesië, maar ook tot ander landen in Zuid-Oost Azië. Ondanks gebrekkige transportmogelijkheden en tijdrovende speuracties slaagde men er in gedurende de periode 1946–1952 22 erevelden aan te leggen, met in totaal ruim 23.000 graven van oorlogsslachtoffers. Niet alleen militairen, omgekomen in de strijd tegen Japan en tijdens de politionele acties, maar ook burgerslachtoffers waaronder vele vrouwen en kinderen, die in Japanse interneringskampen waren bezweken dan wel tijdens de beruchte ‘bersiap-periode’ waren vermoord.
Nadat de souvereiniteit over het voormalige Nederlands-Indië was overgedragen verzocht de Nederlandse regering aan de Oorlogsgravenstichting het beheer van de 22 erevelden per 1 januari 1952 over te nemen.
Enkele jaren later moesten echter alle buiten Java gelegen erevelden bij decreet van de Indonesische regering worden opgeheven.
De daar begraven stoffelijke resten werden in de jaren 1960 – 1968 overgebracht naar zeven erevelden op Java, waarvan et voortbestaan was verzekerd.
In onderstaand overzicht is vermeld welke erevelden dit zijn en welke bijbegravingen aldaar in de loop der jaren onder toezicht van de stichting hebben plaatsgevonden.
Op de erevelden in Indonesië werden meerdere herdenkingsmonumenten opgericht o.a. het Vliegersmonument en het monument van de 1e divisie ‘7 December’ op het ereveld Menteng Pulo, het monument voor de geëxecuteerden op het ereveld Ancol, het Vrouwenmonument op het ereveld Kalibanteng en het Karel Doorman-monument op het ereveld Kembang Kuning.
De genoemde erevelden staan onder beheer van de afdeling Oorlogsgravenstichting in Indonesië, gevestigd in Jakarta. De werkzaamheden worden geleid door een Nederlandse directeur, die een uitgebreide staf van Indonesische medewerkers tot zijn beschikking heeft.
Buiten Java bevinden zich op het eiland Ambon nog 167 Nederlandse oorlogsgraven, die aldaar deel uit maken van een oorlogskerkhof van de Commonwealth War Graves Commission (C.W.G.S.).

Plaats: Ereveld:   Bijbegraven van elders opgeheven erevelden:
Jakarta Menteng Pulo 4270 doden Banjarmasin (1961), Tarakan (1964), Menado ( 1965),
    inclusief Palembang (1967), Balikpapan (1967), Makassar (1968),
    728 urnen uit Japan. Cililitan (1968).
  Ancol 2018 doden Banjarmasin (1961), Medan (1966), Makassar (1968),
      Mandor (1968).
Bandung Pandu 3988 doden Muntok (1960), Palembang (1967), Makassar (1968).
Cimahi  Leuwigajah 5181 doden Muntok (1960), Padang (1962), Tarakan (1964), Medan (1966),
      Palembang (1967), Balikpapan (1967).
Semarang Candi 1088 doden Palembang (1967), Makassar (1968).
  Kalibanteng 3095 doden Tarakan (1964), Palembang (1967), Balikpapan (1967)
      Makassar (1968).
Surabaya  Kembang Kuning 5028 doden Tarakan (1964), Kupang (1966), Ambon (1967), Balikpapan (1964),
      Makassar (1968), Nieuw Guinea (1974).


OGS - 40 jaar, 53

[Bandung 5 – Ereveld] 

Het ereveld Pandu te Bandung werd op 7 maart 1948 onder grote belangstelling ingewijd.
Op dit ereveld liggen de militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger begraven, die het leven lieten bij de verdediging van het laatste bolwerk vóór Bandung, de Ciater-stelling. Onder hen zijn ook militairen, die door de Japanners werden vermoord, nadat zij zich hadden overgegeven.

OGS - 40 jaar, 55

[Semarang 3 – Kalibanteng] 

Op dit ereveld liggen vele vrouwen en kinderen begraven die omgekomen zijn in de beruchte interneringskampen zoals Ambarawa, Lampersarie en Karangpanas.
Ter nagedachtenis aan deze vrouwen en hun fiere houding tegenover de bezetters werd op het ereveld Kalibanteng een herdenkingsmonument opgericht. Dit vrouwenmonument werd in Nederland vervaardigd door de Voorburgse beeldhouwster Marian Gobius. Het symboliseert in drie figuren de lotsverbondenheid van de in de kampen opgesloten vrouwen en kinderen.

OGS – 40 jaar, 56

[Cimahi – Leuwigajah] 

Het ereveld Leuwigajah werd op 20 december 1949 ingewijd. Als gevolg van de vele herbegravingen, die hier sedert 1960 hebben plaatsgevonden, is Leuwigajah uitgegroeid tot het ereveld met het grootste aantal graven, ruim 5000.

OGS - 40 jaar, 57

[Semarang 3 – Ereveld] 

Op het ereveld Candi zijn uitsluitend militairen begraven.
De aanleg geschiedde op initiatief van het eerste contingent Nederlandse troepen – de Tijgerbrigade – dat op 12 maart 1946 te Semarang arriveerde.
Het ereveld ligt op de top van een naar het zuiden hellende heuvel en bestaat uit vijf halve cirkels, die terrasvormig aflopen.
Op het hoogste punt van het ereveld Candi werd een eenvoudig gedenkteken geplaatst, het monument voor Veiligheid en Recht.

OGS - 40 jaar, 57

[Surabaya 4 – Monument] 

Ereveld Kembang Kuning (Surabaya).
Even buiten het centrum van de stad ligt aan de zijkant van de gelijknamige gemeentelijke begraafplaats het ereveld Kembang Kuning, ook wel Marine –ereveld genoemd. Onder de vijfduizend doden die hier begraven liggen zijn ook vele burgers en militairen van andere onderdelen.
Ter herinnering aan de slag in de Java Zee werd het “Karel Doorman” monument opgericht.
Aan de voorzijde van het gedenkteken, dat in 1954 werd onthuld, bevinden zich een drietal bronzen platen, voorstellende:
- Schout bij Nacht K.F.M. Doorman;
- Het Admiraalsschip van Michiel Adriaanszoon de Ruyter “De Zeven Provinciën”;
- De kruiser Hr. Ms. “De Ruyter” die met de Schout bij Nacht en de zijnen op 28 februari 1942 tijdens de sllag in de Java Zee ten onder ging.

OGS - 1984, 15, 17

[Cimahi – Ereveld] 

Op het ereveld Leuwigajah werd op 21 september [1984] een gedenksteen onthuld, die geschonken is door de Stichting Herdenking Junyo Maru – Sumatra.
Deze gedenksteen wil de nagedachtenis in ere houden van alle slachtoffers van de zee-transporten uit de jaren 1942-1945 in Zuid-Oost Azië, in het bijzonder van diegenen,die in september 1944 omkwamen bij de scheepsramp van het Japanse transportschip “Junyo Maru”.
Dit schip werd nabij Benkulen aan Sumata’s Westkust getorpedeerd en tot zinken gebracht, waarbij ruim 5800 mensen in zee omkwamen.
Onder hen bevonden zich duizenden inheemse dwangarbeiders en geallieerde krijgsgevangenen, waaronder ca. 2500 militairen van het Koninklijk Nederlands Indische Leger.

OGS 1988, 31-32

[Semarang 3 – Kalibanteng] 

Op het ereveld Kalibanteng te Semarang werd op 22 september 1988 namens het gelijknamige comité [Jongenskampen Bangkong-Gedungjati] een eenvoudig monument onthuld, dat geplaatst werd aan het einde van het hoofdpad, tegenover het Vrouwenmonument.
Het bronzen beeld van de beeldhouwer Anton Beysens stelt een kampjongen voor van ca. 12 jaar, met een patjol over de schouder en een bijl aan zijn voeten.
Opschrift op de sokkel: ‘Zij waren nog zo jong’.
Het vormt een tastbare herinnering aan de bewogen tijd voor honderden jongens van 10 – 14 jaar, die vanuit vrouwenkampen o.a. bij Semarang in september 1944 werden overgebracht naar een apart jongenskamp in een voormalig klooster, het ‘Bangkong Kamp’.
De jongens werden verplicht tot het verrichten van harde arbeid, zoals het omspitten van zware grond met een patjol.
Ook werden jongens ingezet bij het kappen van hout in de jatibossen rond Gedungjati.
Een verkleinde copie van het monument werd op 10 november 1988 in de tuin van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen ‘Bronbeek’ te Arnhem onthuld door Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden.
OGS 1993, 37
Op het bekende monument ‘Jongenskampen Bangkong-Gedunjati’ [...] zijn ter weerszijden van de sokkel twee bronzen platen aangebracht. De tekst op de platen luidt respectievelijk ‘Jongenskamp Baros-6 Tjimahi 1944-1945’ (links) en ‘Jongenskampen Ambarawa 1944-1945’ (rechts).

OGS 1988, 27

Niet alle slachtoffers, begraven op de genoemde erevelden, hebben een eigen graf gekregen. Velen rusten in kleine en grote verzamelgraven, die zijn ontstaan na executies en moordpartijen.
In totaal liggen er ruim 100 van dergelijke verzamelgraven op de erevelden, waarvan het grootste ‘Gurung Lawas’ met 516 onbekende doden, zich bevindt op het Ereveld Leuwigajah.
De in de verzamelgraven bijgezette slachtoffers zijn gememoreerd op graftekens die meer namen bevatten en die zich bevinden in de directe nabijheid van de graven zelf.

OGS 1989, 35

Op de erevelden bevinden zich in totaal de volgende graftekens [...]:

Vrouwenkruisen  2.234
Meisjeskruisen 282
Mannenkruisen 15.830
Jongenskruisen 1.085
Verzamelborden 375
Joodse graftekens 34
Chinese graftekens 404
Mohammedaanse graftekens     1.641

OGS 1989, 35

Op de 7 erevelden op Java liggen 25.000 doden begraven; 15.000 burgers en 10.000 militairen. Van de laatste roep behoorden er 7000 tot het Koninklijk Nederlands Indische Leger, 2500 tot de Koninklijke Landmacht en 500 tot de Koninklijke Marine.

OGS - 1991, 27

[Bandung 5 – Ereveld] 

Reeds geruime tijd geleden werd het Padalarang Monument in ere hersteld, waarbij niet alleen het monument zelf werd vernieuwd maar tevens de bronzen plaat met inscriptie welke in de loop der jaren op onverklaarbare wijze bleek te zijn verdwenen, nu werd vervangen door een stenen plaat in dezelfde vorm als het voormalige bronzen exemplaar.

OGS - 1991, 39, 41

[Bandung 5 – Ereveld] 

Het monument [is] gemaakt door mevrouw Therese de Groot-Haider.[...]
“Paleis Soestdijk, 15 augustus 1991
Op initiatief van onze ambassadeur in Jakarta en in samenwerking met de besturen van de Stichting Herdenking KNIL en de Oorlogsgravenstichting, is in Indonesië een standbeeld opgericht voor het voormalige Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Dit monument ter nagedachtenis van KNIL-militairen die om het leven zijn gekomen in het vroegere Nederlands-Indië en op onze erevelden in Indonesië een laatste rustplaats vonden, werd op het ereveld Pandu geplaatst in een omgeving waarmee de geschiedenis van dit leger zo bij uitstek is verbonden.
De aanwezigheid van dit monument, zijnde een replica van hetzelfde monument dat ik vorig jaar mocht onthullen bij het Tehuis voor Oud-Militairen te Bronbeek, is in mijn ogen eminent. Ik ben de Indonesische regering dan ook zeer erkentelijk dat zij voor deze plaatsing haar toestemming heeft willen verlenen.
Het beeld symboliseert immers een zeer bewogen periode in het KNIL in de Nederlandse historie en heeft voor de nabestaanden van de omgekomen KNIL-militairen een grote psychologische waarde.
Als Ere-voorzitter van de Oorlogsgravenstichting betreur ik het ten zeerste vandaag niet bij het ceremonieel van de onthulling aanwezig te kunnen zijn, de herdenkingsdag voor de slachtoffers van de Japanse bezetting.
Mijn gedachten zullen bij U zijn.
w.g. Bernhard
Prins der Nederlanden”[...]
In zijn toespraak sprak de ambassadeur [G.W. Baron de Vos van Steenwijk] ‘Weet, dat na de strijd, het evenwicht moet worden hersteld, tussen hen die hun plicht deden, ieder aan zijn eigen zijde, tussen de harten, en voor ons geweten. Wat een kracht schuilt er niet in Indonesië om ons dit mogelijk te maken.’