Het Indische Leven - 1, 713

[Bandung – Regent]

ILW-Regent-van-Bandoeng

[1920] Dezer dagen werd de tot regent van Bandoeng benoemde Regent van Tjandjoer, R. Wira Nara Koesoema, door den wd. Resident der Preanger-Regentschappen geïnstalleerd. Wij zien hier den jeugdigen Regent met zijn bevallige gade.

Het Indische Leven - 1, 754ILW Jakarta 7 Koningsplein Hotel Koningsplein 1

[Jakarta 7 – Hotel] 

Wij brengen het eerste kiekje van het fraaie hotel, door de S.S. in vier maanden uit den grond gestampt. Thans zijn twee der vier congruente paviljoens gereed, terwijl aan het hoofdgebouw, bevattende de eetzaal en een daktuin-balzaal, nog druk wordt gearbeid. In Augustus a.s. [1921] zal de nieuwe caravanserai geheel voltooid zijn, doch reeds op drie dezer nam de eerste gast zijn intrek in het etablisement.

Het Indische Leven - 1-1, 2

[Jakarta 2 – Binnenhospitaal] 

[1919] […] Omtrent die muntbiljettenuitgifte schreef ik in het jongstverschenen Jaarverslag van de Javasche Bank het volgende:
De voorraad zilveren standpenningen bij de Javasche Bank is dan ook thans op een peil gedaald, dat de toekomst met eenige bezorgdheid doet ingaan. Het is de Javasche Bank niet mogelijk op eenige wijze dien voorraad aan te vullen. In Nederland kan de Nederlandsche Bank geen zilveren standpenningen missen; […] [daarom] heeft de Javasche Bank het zich tot plicht gerekend, in overleg met de Regeering te treden, teneinde […] een nieuw circulatie-middel dat in het betalingsverkeer de plaats kan innemen van de zilveren standpenningen. Daartoe dient men over te gaan tot de uitgifte van papieren geld in coupures van f 2.50 en f 1.- waaraan de hoedanigheid van wettig betaalmiddel wordt toegekend. […] De bepalingen van het Octrooi van de Javasche Bank laten niet toe, dat de circulatiebank bankbiljetten uitgeeft tot een lager bedrag dan f 5.-. […] Daarom is de Regeering overgegaan tot het bestellen van muntbiljetten van f 1.- en f 2.50. Deze biljetten zijn thans in Indië aangekomen en met in omloop brengen is een aanvang gemaakt
E.A. Zeilinga [President van de Javasche Bank 1912-1924].

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein muntbiljetten

Het Indische Leven - 1-1, II

[Semarang 3 – Boot] 

[1919] Advertentie
Koninklijke Paketvaart Maatschappij (gevestigd te Amsterdam en Batavia) [...]
Geregeld stoomvaartdienst door den geheelen Nederlandsch Indischen Archipel.
De vloot, bestaande uit 92 schepen met een gezamenlijken bruto inhoud van ± 165000 tons, onderhoud bijna 50 geregelde lijnen, die ongeveer 300 havens in Nederlandsch-Indië onderling met Singapore, Penang en Timor-Dilly verbinden.
Wekelijksche sneldienst tusschen Java, Singapore en Belawan Deli middels de snelloopende en weelderig ingerichte passagiersschepen ‘Melchior Treub’ en ‘Rumphius’
Naar Australië: Tweemaandelijkschen dienst van Batavia naar Melbourne via Semarang, Soerabaja, Brisbane en Sydney, vice versa met den modern ingerichten stoomer ‘Houtman’ van 8000 tons waterverplaatsing.
Alleen eerste en tweede klasse passagiersinrichting, alle hutten midscheeps.
Geneesheer, Coiffeur, Hofmeester en Linnenjuffrouw aan boord.
Electrische wasscherij, Electrisch licht en waaiers in alle hutten.

Het Indische Leven - 1-19, 371

[Bandung 2 – Belanda] 

Woensdag 24 Dec. [1919] zal te Bandoeng de opening plaats hebben van het nieuwe gebouw der Theosophische Vereeniging.
Een enkele mededeeling omtrent de totstandkoming van het gebouw is hier wel op haar plaats.
De Theosofische loge, die tot nu toe hare bijeenkomsten in eene particuliere woning heeft gehouden, had zich bij de eerste uitgifte van gemeente-gronden van een terrein in de Djamboe-wijk verzekerd. Bij nader inzien bleek echter dit terrein wegens de afgelegen ligging minder goed aan het doel der vereeniging te beantwoorden, zoodat deze zich tot het gemeente-bestuur wendde met het verzoek om een ander terrein in ruil te willen geven, dat meer geschikt zou zijn voor de oprichting van een gebouw van de onderhavige soort. Hierbij werd er op gewezen, dat het op te richten gebouw eene lokaliteit zal bevatten, die voor lezingen, muziek-uitvoeringen, enz. zeer bruikbaar zal wezen. Aangezien in Bandoeng op het oogenblik nog gebrek aan goede gelegenheden voor dit doel bestaat, was de oprichting van het gebouw op een van uit het centrum gemakkelijk bereikbare plaats zeer gewenscht.
Door den Raad werd daarop een terrein aan de Banda-straat aangewezen, tegen terugname van den door de vereeniging gekochten gemeente-grond, die intusschen reeds voor den bouw van woonhuizen is gebruikt. De grootte van het thans gekochte terrein laat toe, dat in de nabijheid van het loge-gebouw door leden der vereeniging nog enkele woningen worden opgezet.
Dat het nieuwe gebouw, behalve voor het werk der vereeniging zelf, ook nog in ander opzicht nuttig bruikbaar is, wordt bewezen door het feit, dat de Bandoengsche Kunstkring vanaf 1 Januari a.s. er zijne verschillende bijeenkomsten zal houden. Binnenkort zal men dus in de gelegenheid zijn, in het loge-gebouw kamermuziek-uitvoeringen of lezingen bij te wonen, dan wel teeken-, tooneel- of dans-cursussen te volgen.

Het Indische Leven - 1-26, 512 

[Bogor – Koningin Wilhelmina] 

ILW Bogor Koningin Wilhelmina kerk 01

De “Koningin Wilhelmina-Kerk” te Buitenzorg. Foto van de perspectief-teekening der kerk, vervaardigd door den Architect W. van Blitterswijk en waarvan Harer Majesteit de Koningin een exemplaar zal en Mevrouw Van Limburg Stirum een is aangeboden.

Het Indische Leven - 1-9, 162

[Jakarta 6 – Kapelmeester] 

[1919] Ik wilde dezer dagen naar het theater gaan en eerlijk gezegd, vond ik f 3.30 plus f 0.66 belasting, dat is dus ongeveer f 4.- voor een parterre-plaats een beetje véél. Daarentegen was de galerij, naar het mij voorkwam, erg goedkoop. Ik wilde dus, ik was alleen, op de galerij gaan zitten.
“Dat kùn-je niet doen!” werd mij gezegd. “Dat staat niet voor iemand met een positie!”
Oók alweer een overblijfsel uit den ouden tijd, die geringschatting van de menschen-die-boven-zitten. Een overblijfsel uit de dagen toen hier in Indië alleen heel hóóge oomes woonden, en daarnaast erg kleine luyden.

Het Indische Leven - 1-30, 594-595

[Surabaya – HVA]

[1920] In de volgende week staat in de Krokodillenstad iets bijzonders te gebeuren, iets, dat niet zomaar elken dag voorkomt in het Indische leven: daar wordt n.l. de gansche inventaris van een schouwburg publiek verkocht en het gebouw kort daarna geslecht. En misschien zal de naam ‘Komedieplein’ het nageslacht alleen nog maar herinneren, dat in die buurt eens een kunsttempel stond….[…]
Ja, het oude gebouw was een stuk geschiedenis van Indië’s eerste handelsstad gematerialiseerd. Een heel vroolijk stuk geschiedenis meerendeels. Op die Soerabajasche planken heeft eenmaal zelfs een Mina Kruseman gedebuteerd. […]
De schouwburg der krokodillenstad is eerder oud en bouwvallig geworden dan noodig was. Immers hij is gebouwd in 1832 (die te Batavia in 1811 en die te Semarang in 1835), maar hij is bijna doorloopend verwaarloosd. Degene die zoodra hij als administrateur daarvan werd aangesteld getracht heeft het oude cavalje nog een inrichting te maken, die aan dragelijke eischen voldoet, is geweest de heer J. van Wijk, eertijds tooneelmeester bij het Indisch gezelschap van Louis Bouwmeester Sr.

Het Indische Leven - 1-31, 613

[Jakarta 6 – Berretty] 

ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein Aneta 2ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein nieuwe Aneta building[1920] In onze serie “Nieuwe Gebouwen” brengen wij ditmaal een foto van het oude gebouw van Aneta, zooals alle Batavianen dat kennen te Pasar Baroe Zuid, tegenover den Schouwburg en een schetsteekening van het nieuwe Aneta-building, waarvan dezer dagen de eerste steen zal worden gelegd. Met den bouw is belast het Bouwkundig-Bureau Reyerse & De Vries. De antenne-mast op den toren zal worden geconstrueerd in Eiffeltoren-vorm, de top van den mast zal circa dertig Meter boven den grond komen.
Het nieuwe gebouw, het eerste ‘journalistieke huis’ in Indië – zou Aneta: Altijd Nummer Eén trots Alles heeten, wanneer het niet een dergelijk plan had uitgebroed? – zal de buurt Pasar Baroe uitermate verfraaien en moet in September a.s. worden opgeleverd.

Het Indische Leven - 1-32, V

[Jakarta 2 – Dinger] 
[Jakarta 5 – Escompto] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Dinger

Het Indische Leven - 1-33, 654

[Jakarta 2 – Batavia–Noord] 
[Jakarta 2 – Station] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein voormalige NISM station ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein voormalige BOS station
Station Batavia-Noord (voormalige N.I.S.M.-station) omstreeks 1920 Station Batavia-Zuid (voormalige B.O.S.-station) omstreeks 1920

Het Indische Leven - 1-37, 736

[Jakarta 5 – Winkelgebouw] 

Hieronder geven wij een afbeelding van het gebouw de Winkelvereeniging Eigen Hulp, zooals de bewoners van Batavia het hebben gekend van af 1890, terwijl daarbeneden de teekening prijkt van de building, zooals die er zal uit
Zien, na de verbouwing, waarmede kort geleden een aanvang werd gemaakt.

ILW Jakarta 5 Rijswijk Winkelvereeniging Eigen Hulp

ILW Jakarta 5 Rijswijk Schoemaker Bandoeng Eigen HulpHet ontwerp van het nieuwe gebouw is vervaardigd door het Architecten-bureau Schoemaker te Bandoeng, terwijl het werk wordt uitgevoerd door de Heer Kollewijn alhier.
Het gebouw zal in enkele details afwijken van van de teekening. Inplaats van boogvormige spiegelruiten komen er gewone vierkante spiegelramen in, terwijl ook de vorm van de zij-torens eenigszins anders zal zijn.
Ouden van dagen zullen zich nog herinneren, dat op deze plek vroeger het Marine-hotel stond.

 

 

 

 

Het Indische Leven - 1-38, 758-759

[Jakarta 6 – Pasar Baroe Zuid] 

Indië is in meer dan één opzicht een belangwekkend land! Onder meer op het gebied van zoogenaamde politieberichten. Welke slechts een zeer klein onderdeel vormen van de reeks dagelijksche stadsberichten in een dagblad, en toch meer aandacht verdienen dan die, welke er gewoonlijk aan wordt besteed. Aangezien zij o.a. vaak duidelijk en klaar de psyche der bevolking weergeven.[…]
Laat ons beginnen met een heel eenvoudig bericht.
‘Op den weg Passar Baroe Zuid vond de Politie een inlander, die in ziekelijken en uitgeputten staat verkeerde. De man werd naar de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting vervoerd.’
Voor hen, die de strekking van het sobere bericht niet inzien, de mededeeling, dat de zieke, uitgeputte inlander op het punt stond om van honger om te komen. Althans: van de drie inlanders, die hier ter stede dagelijks op den openbaren weg ziek en uitgeput worden aangetroffen, zijn er twee den hongerdood nabij!
Welnu, stelt U eens voor dat volgens berichten in de Nieuwe Rotterdamsche Courant per dag drie inwoners in de Hoogstraat of op de Blaak werden gevonden door de politie […] bijna stervende van honger. Den eersten dag reeds zou er paniek ontstaan in heel Rotterdam. Er is daar nog nooit iemand ‘starvation’ nabij geweest, zelfs niet gedurende den barsten winter.
In Holland sterft niemand van honger; de armsten der armsten kunnen er altijd nog wel iets krijgen om te eten of zich te verwarmen. Te Batavia is het iets heel gewoons, en onze politie heeft het drukker met het vinden en transporteeren van hen, die langs den weg sterven, dan het waken voor de veiligheid der burgerij.
En reeds zes maanden lang ziet de Regeering dit aan. Maar misschien is er wel eens iemand, die ‘Stakkerd!’ zegt, en vervolgens bij Versteeg een plombière gaat lepelen!

Het Indische Leven - 1-45, 883

ILW Jakarta 3 Glodok Pantjoran[Jakarta 3 – Pantjoran] 

[1920] Pantjoran, voorheen het “Oude Delft” der Bataviasche benedenstad.

Het Indische Leven - 2-3, 60

[Jakarta 1 – Kolff] 

De Firma G. Kolff & Co. te Weltevreden heeft eenige series prent-briefkaarten uitgegeven, en zond ons de ansichten ter kennismaking toe.
Sommigen der kaarten zijn inderdaad fraai en wij denken hier aan de landschappen, doch ook die andere zullen in Holland graag ontvangen, en met belangstelling bezichtigd worden.
De verschillende series zijn in nette boekjes, geperforceerd, vereenigd en behoeven bij gebruik dus slechts te worden uitgescheurd.
Aardige kaarten voor lieve nichtjes in het oude land!

Het Indische Leven - 2-7, 130

[Jakarta 4 – Reynier de Klerk] 

ILW Jakarta 4 Molenvliet Reynier de Klerk
Zaterdag 1 Augustus j.l. [1925] bracht Zijne Excellentie de Gouverneur-Generaal [Fock], vergezeld van adjudanten en dames, een bezoek aan het Landsarchief aan Molenvliet alhier, dat momenteel ondergebracht is in het gebouw hetwelk vroeger geoccupeerd werd door het Mijnwezen. 
Dit oude Gouverneur-Generaals-verblijf, waarschijnlijk door den lateren G.G. De Klerk (1777 – 1780) reeds in 1755 gebouwd, heeft veel mooi oud snijwerk o.a. boven de deuren.

Het Indische Leven - 2-7, 130-131, 132

[Jakarta 1 – Toko Merah] 

[1920] We onderscheiden dus de toko merah welk gebouw is aangekocht door de Indische Bank en dat geheel in den ouden staat wordt teruggebracht en het perceel der Firma Tels & Co. – aangekocht door de International Banking Corporation – dat gedeeltelijk wordt gerestaureerd. Beide herstellingen hebben plaats onder leiding van den Heer Van Hoytema, den bekenden ingenieur voor ’s Lands gebouwen, die o.a. tezamen met den Heer Jansz ook ‘Oud Batavia’ in den Planten- en Dierentuin hier ter stede bouwde. […]
Dit patricische pand, oorspronkelijk twee woningen vormende, werd gebouwd ongeveer in het jaar 1740. Zooals reeds gezegd, werd het o.a. bewoond door den Gouverneur Generaal Van Imhoff, hoewel een onzer bronnen ook Pieter Both noemt. Vast staat dat dat het later door aankoop in het bezit kwam van de weduwe van Gouverneur Generaal De Klerk, terwijl het daarna dienst deed als Heerenlogement.[…]
Het huis is geheel gebouwd volgens voorbeeld van de ouderwetsche huizen aan Heeren- of Keizersgracht te Amsterdam.[…]
Het streven van de Indische bank om de twee ineenloopende panden in den ouden staat terug te brengen – indien de Gemeente het toestaat, zal ook de affreuze buitenkast welke thans den voorgevel aan het oog onttrekt, worden weggenomen – kan dus niet genoeg worden geloofd.

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Toko Merah 01
Het Indische Leven - 2-49, 976
ILW Jakarta 1 Havenkanaal Toko Merah 02

Het Indische Leven - 2-8, 144-145

[Jakarta 1 – Tels] 

Het pand der Firma Tels. In de eerste plaats springt in het oog, dat hier de voorgevel ongerept bewaard is gebleven; de muur is opgemetseld van rood geschilderde baksteenen, zooals duidelijk zichtbaar is op plaatsen, waar het pleisterwerk heeft losgelaten. We vestigen de aandacht op de origineele, groen en violet gekleurde ruiten in de groote schuiframen. […]
Twintig jaren geleden schreef de Heer Bosboom:
‘Intusschen, heel lang zal het niet meer duren of ook deze overblijfselen van vroegere grootheid zullen verloren gaan. Evenzeer als de fraaie meubels onzer voorouders naar de woningen der Arabieren, de grafsteenen naar de pakhuizen en de tegeltjes naar de straatgoten verhuisden, evenzeer zullen die monumenten van een vorig geslacht, die stukken geschiedenis in steen, onder den moker des sloopers verdwijnen.
Daaraan zal wel niets te veranderen zijn; hoewel de wensch mij toch uit de pen moet, dat zich eens een Hollandsche of Indische Gallieri moge ontpoppen, die zich ten doel stelt, al is ’t ook maar één dier woningen van iedere soort, voor zooveel noodig te doen restaureeren, haar te meubelen en te doen onderhouden.
Alle gegevens zijn daarvoor nu nog aanwezig, over een tien- à twintigtal jaren zal dat wellicht al niet meer het geval zijn. Indien de thans in de kamers en portalen opgestapelde zakken rijst en koffie worden weggedragen, indien muren en zolderingen ontdaan worden van de laag stof en spinrag, waarmede ze thans bedekt zijn, indien de allerwegen verscholen tegeltjes en het op menige plaats aangebrachte verguldsel wêer aan het licht wordt gebracht zal men thans nog een volmaakt beeld van een aanzienlijke woning uit het midden der 18de eeuw kunnen scheppen, terwijl in de Arabische wijk kust en keur van passende meubelen te vinden is. […]’
Tot zoover de verzuchting.
De wensch is vervuld!
De Indische Gallieri is opgestaan en heet Indische Bank.
De Directie van het nieuwe geld-instituut heeft aanspraak op de dankbaarheid van allen, die gaarne eens vertoeven in het verleden, die eerbied koesteren voor hetgeen het voorgeslacht wrocht.
En hier herdenken wij ook de International Banking Corporation, die mede bijdraagt tot het doen herleven van het oude.
De arbeid van den ontwerper, den Heer Van Hoytema – de Heer Jansz, de uitvoerder, verdient eveneens bizondere vermelding – is even belangwekkend als moeilijk.
Maar – en hiervan zijn wij zeker – het einde zal het werk kronen!
Want Regeering, Gemeente en particulieren kunnen niet nalaten om hunne volle medewerking te verleenen. Dit streven is eenig in de geschiedenis van Indië.

Het Indische Leven - 2-11, 210

[Semarang – Vooren] 
ILW Semarang Tels en Co s

Bijschrift bij de foto:

Eerste steen-legging van het nieuwe kantoor-gebouw met goedangs van L.E. Tels en Co’s Handel Mij. te Semarang.
De eerste steen van het complex, hetwelk wordt gebouwd naar een ontwerp van het Architecten- en Ingenieurs-bureau C.P. Schoemaker en Associëtie, werd gelegd door Hélène Marie Hoedemaker, het dochtertje van den Heer K. Hoedemaker agent der firma Tels te Soerabaia.

Het Indische Leven - 2-28, 558-559

[Bandung 2 – Jaarbeursgebouw] 

[1921] [...] een jaarbeurs is een beurs, een markt zoo men wil, waarop wordt uitgestald alles wat het land, waarin de jaarbeurs wordt gehouden, produceert, fabriceert en kan exporteeren. Ziedaar het karakter eener jaarbeurs in a nutshell! Op deze expositie, welker organisators zeer spaarzaam moeten zijn met vermakelijkheden en spellen, stroomen handelaren en fabrikanten, meerendeels afkomstig uit den vreemde, samen om orders te plaatsen, de laatste verbeteringen van verschillende fabrikaten met eigen oogen te zien, te leeren van concurrenten en de prijzen te vergelijken met die van andere exporteerende landen.
Een jaarbeurs is dus in de voornaamste plaats beurs, een plaats waar bestellingen worden opgegeven en aangenomen, en eerst in de tweede plaats tentoonstelling. En zeer zeker nooit een expositie van fabrikanten uit andere landen, of uitsluitend van artikelen, hier te lande vervaardigd uit geïmporteerd materiaal.
Ik stel de vraag of de Jaarbeurs te Bandoeng aan de door mij opgesomde vereischten voldeed. En het antwoord luidt, moet luiden: neen, in geenen deele!
Wat was de Bandoengsche Jaarbeurs dan wel? Het antwoord kan kort zijn, een overzichtelijke tentoonstelling van een deel der verschillende artikelen, welke in deze kolonie worden geïmporteerd.
Zij kon niets anders zijn, zelfs al ware zij niet gevestigd in het kleine Bandoeng, doch in het belangrijker Batavia of te Soerabaia met het groote achterland, aangezien wij hier geen industrie, geen fabrieks-nijverheid kennen, en in hoofdzaak slechts producten worden uitgevoerd.
Over de inlandsche nijverheid, welke geen enkele Commissie in den loop der jaren uit het moeras kon halen, kunnen wij gevoeglijk zwijgen. Zoodat op een Indische Jaarbeurs uitsluitend zouden moeten worden geëxposeerd; djagoeng-koekjes, roode vischjes, wat koperen potjes en aardewerk, een partij Tangerangsche hoeden, eenige voorwerpen van bewerkt leder en in de gevangenissen vervaardigde artikelen. Voorts suiker, rubber, tabak en klapperolie, alléén om de collectie uit te breiden , want op een jaarbeurs hooren ook producten niet thuis. Op de Nederlandsche jaarbeurs zien wij toch ook geen tarwe, haver, boekweit en gerst!
Wat blijft er van de ‘fair’ te Bandoeng over, indien wij de geïmporteerde, dus in andere landen vervaardigde, fabrikaten weg denken? Immers niets!
Waarmede het vonnis is geveld. De installaties voor thee-fabrieken, de suiker-molens en de kookpannen, de rubber-persen, de sanitaire artikelen, enz. enz. hooren niet thuis op een Indische Jaarbeurs, doch meer eigenaardig in catalogi van firma’s als Lindeteves, Technische Handel-maatschappij, voorheen de Rooy & Co, Machinehandel Becker en andere.
Hij die in Indië dergelijke machinerieën noodig heeft, slaat de prijscourant van een gerenomeerden leverancier op, doch behoeft geen jaarbeurs.
De Indische jaarbeurs is niets anders, kan niets anders zijn als een ietwat grootscheeps opgezette passar gambir, een ver-Europeeschte passar malam.

Het Indische Leven - 2-29, 578-579

[Yogya 1 – Java-instituut] 

Draai- en Houtsnijwerk. Een van de belangrijkste en toch nog weinig bekende vormen van Javaansche kunstnijverheid is het houtsnijwerk.
Voortbrengselen van batikkunst en vlechtarbeid bijvoorbeeld werden herhaaldelijk in boeken besproken of op tentoonstellingen bijeengebracht, doch over Java’s houtsnijkunst schreef bijna niemand, noch zag men er een goedgeordende verzameling van.
Het onlangs opgerichte Java-Instituut nu heeft gemeend in dit gemis eenigszins te kunnen voorzien door aan het Java congres in Juni a.s. te Bandoeng te houden, een tentoonstelling van Soendaneesch, Javaansch, Madoereesch en Balisch draai- en houtsnijwerk te verbinden.
Het Instituut stelt zich voor deze tentoonstelling zoo volledig mogelijk te maken en van elk soort een zoo volledig mogelijke groep samen te brengen.
Als voornaamste groepen kunnen worden genoemd op het gebied van den woningbouw: versierde stijlen van pendopo’s, dak- en deurversieringen; op dat van huisraad: gesneden kisten, en kasten, kamerschermen (aling-aling), muurpaneelen, gamelan-snijwerk, vogelkooitjes enz. Wagenversieringen kunnen vertegenwoordigd worden door houtsnijwerk van pedati’s, tjikars, grobaks, glindings. Op het gebied van de scheepvaart zullen verschillende prauwen, hetzij in hun geheel, hetzij alleen de voor- of achtersteven en andere deelen er van worden tentoongesteld. Tenslotte zullen krisgevesten, plangki’s, topengs, houten beeldjes enz. een waardevol deel der verzameling vormen.
Hiermee is niet een poging tot volledige opsomming gedaan, slechts is de aandacht gevestigd op het vele, dat bijeen kan worden gebracht, en ongetwijfeld nog met andere voorwerpen kan worden aangevuld.
Om een dergelijke verzameling tot stand te brengen, en één der mooiste volkskunsten de eer te geven, welke haar toekomt, is natuurlijk de samenwerking van velen noodig.
Deze samenwerking kan worden onderscheiden in twee gedeelten. Eerst is het gewenscht dat van vele zijden inlichtingen worden verstrekt omtrent hetgeen er voor merkwaardig draai- en houtsnijwerk in een bepaalde streek aanwezig is, en voor opzending naar de tentoonstelling in aanmerking komt. Nadat de commissie aldus een overzicht heeft verkregen van hetgeen er is, kan zij met de verschillende personen nopens de inzending van bepaalde voorwerpen in overleg treden.
Deze inzending zal kunnen geschieden met de bedoeling het voorwerp òf op de tentoonstelling te verkoopen, òf daar slechts te laten aanschouwen.
In bijzondere gevallen zal de commissie misschien maatregelen kunnen treffen opdat tot aankoop van een stuk houtsnijwerk worde overgegaan, of daarvan een foto of teekening worde gemaakt.
De kosten voor vracht heen en terug, alsmede voor de verschillende assuranties tijdens de tentoonstelling worden door de commissie vergoed.
Diploma’s zullen worden uitgereikt voor de fraaiste stukken van elk soort – kasten, vogelkooitjes, wagenversieringen, prauwen, topengs enz. Een voor de beste oude en een voor de beste nieuwe inzending.
Het Secretariaat van het Java-Instituut, Kenarilaan 13, Weltevreden, doet een beroep op allen om medewerking en steun tot het doen slagen van deze expositie, welke een nieuw bewijs van de groote beteekenis der kunstnijverheid op Java en Bali kan wezen.

Het Indische Leven - 2-33, 651

[Jakarta 2 – Olveh] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein ir R L A Schoemaker[1921] Dezer dagen had aan de Voorrij-Zuid hier ter stede de plechtige eerste-steenlegging plaats van het nieuwe gebouw der OLVEH.
Tenslotte brengen wij nog een kiek van de groep, aanwezig bij het leggen van den eersten steen. De plechtigheid zelve werd met kennis van zaken en volgens de eischen der techniek verricht door het dochtertje van den Directeur, jongejuffrouw Peereboom Voller.

[De persoon geheel rechts op de foto is waarschijnlijk de architect ir. R.L.A. Schoemaker.]

Het Indische Leven - 2-35, 692

[Jakarta 1 – Chartered Bank Building] 

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Chartered Bank Building 01

Op 27 Februari j.l. [1921] had de eerste steen-legging plaats van het nieuwe gebouw der Chartered Bank of India, Australia and China hier ter stede, dat zal verrijzen op de hoek van Kali Besar West en het Beursplein. Zooals wij reeds vroeger mededeelden, zijn de plannen van de architecten Hulswit en Fermont te Weltevreden en Ed. Cuypers te Amsterdam.

Onze foto’s behoeven geen nadere verklaring. Zij stellen voor het leggen van den eersten steen in bijzijn van den Agent der Bank hier ter stede, den Heer A.I.D. Stewart, door jongejuffrouw Joyce Murray Stewart, […]. Op de eerste foto zien wij den Heer Stewart geheel rechts met den helmhoed.
De heer Fermont, de architect, staat achter de bekoorlijke Joyce.

Het Indische Leven - 2-40, 798

[Jakarta 7 – Station] 

Dus stond ik Zondagmorgen […] reeds een uur te vroeg op het perron. Het was er heel druk; er gingen vacantie-menschen naar Djokja, andere stadgenooten gingen te Buitenzorg pic nic’s houden en weer anderen gingen de vrije dagen te Bandoeng doorbrengen. Nu ken ik geen vervelender slag menschen dan sommige Hollanders, die op reis gaan. Zij zijn te luidruchtig en veel te zenuwachtig. Stappen steeds in een verkeerden trein, vergeten altijd minstens één koffer, vragen iedereen, die kalm is en het gedoe glimlachend gadeslaat, om inlichtingen en spreken alle onbekenden aan. Zij stappen minstens drie maal in en uit, schaffen zich als reis-lectuur de laatste aflevering van de beide Wilson’s of De avonturen van den Markies de Faublas aan, welk laatste boek een aanlokkelijk titelplaatje bezit en daarom door de kleine inlandsche boekenverkoopster in de allereerste plaats aan aspirant-lezers wordt getoond, en stijgen ten slotte even voor het vertrek nog eens uit, wijl zij een reep Kwatta-chocolade onontbeerlijk achten. Sommigen nemen zelfs een flesch aer blanda mede.

Het Indische Leven - 2-40, 799

[Bandung – Bragaweg]

[1921] Ten slotte nog iets over Bandoeng, welke plaats ik niet bezocht sinds April 1918. Ik vat mijn meening samen in drie woorden: niet veel zaaks !
De Braga-weg met zijn afschuwelijke nieuwe gebouwen, waartusschen de leelijke oude bleven staan, is affreus, en doet de vraag rijzen of er te Bandoeng geen dynamiet meer voorradig is.
Het uit haar asch verrezen Kuyl & Versteeg doet in niets aan een phoenix denken: de nieuwe zaal is veel te laag, veel te warm wat temperatuur en veel te koud wat aankleeding betreft en heeft veel overeenkomst met een ongebruikt staande vischmarkt.[...]
Toen ik Zondagavond naar bed ging, danste half Bandoeng in de soos, en toen ik maandagmorgen opstond, [quick-]stepten dezelfde dames en heeren alweer. Ook in de Soos.
Indien een man zich ten deze een opmerking mag veroorlooven, verkondig ik de meening dat er te Bandoeng te veel toilet wordt gemaakt en te druk wordt gefoxtrot. De bonten avondmantels, dure costuums en diepe décolletée's ontlokten mij, groote-stadsmensch, een onwelwillenden glimlach. Een dans-avond in de Bandoengsche soos is helemaal geen évenement; het is saai, opgeschroefd, conventioneel 'plechtigheidje', waarbij een heel gewoon toiletje en een jas toetoep beter zou passen. De costuums van Au bon Marché en de dinner-jackets vallen erg uit den toon, doen te Bandoeng werkelijk ietwat bespottelijk aan.[...]
De étalages der dames-winkels winnen het van die te Batavia, zij zijn gracieus en getuigen van smaak. Maar zien ze er wat erg duur uit! En smaakvolle japonnen of dure colbert-costuums maken iemand nog niet kapitalist.

Het Indische Leven - 2-44, 870

[Jakarta 6 – Kantor Pos] 

[Juni 1921] Het nieuw Postkantoor te Weltevreden is eindelijk gereed gekomen en zal dezer dagen in gebruik worden genomen.
Het staat op dezelfde plaats als het oude, met de verbouwing waarvan circa 12 jaar geleden een aanvang werd gemaakt.

Het Indische Leven - 2, 871

[Jakarta 4 – Tramway] 

ILW Jakarta 4 Molenvliet tramway 01ILW Jakarta 4 Molenvliet tramway 02[Juni 1921] Zoals bekend, zal de Bataviasche stoomtram binnenkort nieuwe locomotieven en wagons in dienst stellen. […] Op de foto zien wij een derde klasse-wagon, uiterlijk zijn echter alle wagens gelijk. Een bizonderheid vormt de zij-ingang, terwijl tusschen de twee compartimenten een standplaats is aangebracht voor den conducteur, aan wien de passagiers bij het instijgen betalen, zoodat eerstgenoemde niet meer gedurende den rit voortdurend heen en weer loopt.

De wagons waren oorspronkelijk bestemd om dienst te doen als electrische trams, doch – in afwachting van de electrificatie van het bedrijf – zullen zij in de stoomtrams rijden.

ILW Jakarta 4 Molenvliet tramway 03

ILW Surabaya 4 Darmo Reiniersz Boulevard Kembang Koening Katholieke kerkHet Indische Leven - 3-1, 14

[Surabaya 4 – Katholieke kerk] 

[1921] Dezer dagen is aan de Anita-boulevard te Soerabaja de nieuwe Katholieke kerk geopend.
De plannen voor het fraaie gebouw werden ontworpen door het archtecten-bureau Hulswit-Fermont-Ed. Cuypers te Weltevreden terwijl de uitvoering was opgedragen aan den Heer Voets te Soerabaja. In elf maanden werden kerk en pastorie gebouwd.
Pastoor Fleerakkers, de energieke pastoor van de nieuwe kerk, toegewijd aan het H. Hart van Jezus, kan zeker met voldoening terugzien op zijn onvermoeiden arbeid: het stichten van dit R.K. Kerkgebouw.

Het Indische Leven - 3-7, 131

[Jakarta 2 – West-Java] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein West Java Handel MaatschappijWest-Java Handel-Maatschappij.
[1921] De Weva-gebouw dat zich tegenover het stadhuis, statig verheft boven de bescheiden entourage eener vorige generatie, geeft een welgeslaagd voorbeeld van modernen utiliteitsbouw. De domineerende verticale lijnen der gevels brachten den ontwerper tot verrassende oplossingen. Ook de binnen-architectuur is keurig verzorgd waarbij speciaal de aandacht wordt getrokken door de directie-kamer met haar rijk uitgevoerde betimmeringen en meubileering.
Ruime marmeren trappen voeren naar de étages, welke tevens bereikbaar zijn door een electrisch gedreven Otis-lift; een accommodatie, welke door het publiek, dat op de hoogste verdieping zaken heeft te doen, ten zeerste zal worden geapprecieerd.
Het ontwerp van dit gebouw werd verzorgd door het Architecten- en Ingenieurs-Bureau Hulswit-Fermont-Cuypers, terwijl het geheel werd uitgevoerd door den bouwkundige Jan H. Vromans, aan wien tevens het ontwerp en uitvoering werd opgedragen van het aansluitende gebouw ‘Mercurius’, eveneens drie verdiepingen hoog.

Het Indische Leven - 3-7, 131a

[Jakarta 2 – Unieban] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Uniebank Nederland KoloniënUniebank voor Nederland en Koloniën.
Ook de Uniebank, welke hare kantoren op Zaterdag 1 October [1921] opent in het nieuwe gebouw aan het Stadhuisplein, mogen wij gelukwenschen. Hier vinden wij den eenvoud en de degelijkheid uitgedrukt in architectuur en afwerking, welke een bank-instelling waardig zijn.
De parterre biedt ruimte voor dat gedeelte van het bedrijf, waarmede het publiek zijn zaken heeft te doen, terwijl hier tevens de directielokalen zijn ondergebracht. Een zware Lips-kluis garandeert een veilig bewaring der waarden.
Op de eerste verdieping zullen de kantoren van Notaris Thomas en der Advocaten Mrs. Bogaardt, Smits & de Neef een plaats vinden, terwijl de tweede étage geheel wordt geoccupeerd door de Administratie der Uniebank.
De directie van dit bouwwerk werd gevoerd door het N. I. Architecten-Bureau van Kleef en van Beek, terwijl de uitvoering in handen was van de Heeren Vromans en Hermans.

Het Indische Leven - 3-20, 386-387

[Jakarta 2 – Erberveld] 
[Jakarta 3 – Pieter Elberfeld] 
[Jakarta 5 – Doodskop] 

Het jaar 1721 was te Batavia vrij rustig verloopen. Wel woedde op Midden-Java de 2e Javaansche successieoorlog, maar veel gevaar voor de hoofdstad leverde die niet op. De tijden waren voorbij, dat Mataram of Bantam Batavia ernstig bedreigden.
Toch hadden de bewoners van Batavia gewoonlijk het gevoel, dat ze op een vulkaan woonden. ’t Aantal Europeanen was immers zoo angstwekkend klein te midden van die vele duizenden Chineezen en Inlanders. Iedere “zwarte” (men sprak in die dagen nog niet van “bruinen broeder”) beschouwde men als een natuurlijken vijand van den Europeaan.
Er hadden in den loop van 1721 een tweetal gebeurtenissen plaats, die de zenuwachtige gemoederen een ogenblik in beroering brachten. In April van dat jaar brak een zware brand uit op de equipage-werf en wel onder zulke omstandigheden, dat men wel aan kwaadwilligheid moest denken. Licht is er in deze zaak nooit verkregen.
In December werden een paar brandende voetzoekers op een kruithuis geworpen, gelukkig zonder eenig resultaat.
Maar daar kwam op een der laatste dagen van het jaar de verpletterende tijding van een verschrikkelijke samenzwering om alle Europeanen in Batavia te vermoorden. Gelukkig was het snood verraad van het “ontmenscht gebroed, belust op Christenbloed” nog juist bijtijds ontdekt. Wat was het geval?
Een der laatste dagen van December 1721 rapporteerde de Commissaris tot de zaken van den Inlander aan den Gouv.-Generaal, dat eenige Javanen in de voorsteden van Batavia zich bezig hielden met het opruien van slaven en het verkopen van djimats. Hij verzocht vergunning om de verdachte personen in verzekerde bewaring te nemen, welke vergunning natuurlijk aanstonds werd verleend. Zoo kwam men de samenzwering op het spoor en spoedig zaten Pieter Erberveld (de naam wordt verschillend gespeld) en zijn Inlandsche medeplichtigen achter de tralies.
Deze Erberveld was een gegoed vrij burger, zijn vader was een Duitscher, zijn moeder een Javaansche. Hij was ontevreden op de regeering wegens een kwestie over de nalatenschap van zijn vader. Het is moeilijk meer uit te maken, of hij hierin het recht aan zijn zijde had.
Alle verdachten, een twintigtal ongeveer, ontkenden; alleen de pijnbank kon hen tot spreken brengen.
De bekentenissen waren tamelijk verward en kwamen ook niet in alles met elkaar overeen.
In hoofdzaak kwamen ze hier op neer, dat alle Europeanen te Batavia vermoord zouden worden en Erberveld, die reeds den titel aangenomen had van Toean Goesti, koning zou worden. Kartadria, een der hoofdaanleggers, zou de tweede in de regeering geworden zijn. Op verschillende plaatsen op Java hadden de samenzweerders medeplichtigen, die hun met duizenden manschappen te hulp zouden komen.
Welke waarde moeten we hechten aan die bekentenissen, “onder torture” verkregen? Het gaat niet aan ze alle naar het rijk der legenden te verwijzen. ’t Is wel zeker, dat er werkelijk zooi iets als een samenzwering tegen de Europeanen bestaan heeft. Maar even zeker is het, dat men de zaak schromelijk heeft overdreven.
Dat de samenzwering haar vertakkingen over Java had is zeker waarschijnlijk. Maar dat de koning van Bali 10.000 man had toegezegd, is zeker een fabel. Zelfs de vreedzame Preanger-Regenten werden door sommigen der beschuldigden in het complot gemengd. Zoo zou de Regent van Bandoeng 2000 man hebben beloofd.
Het schijnt wel, dat enkele der schuldigen ten slotte op de pijnbank maar wat gezegd hebben. De regeering is dan ook zoo verstandig geweest, niet tegen de beschuldigde Inlandsche hoofden op te treden. Ze noemt zelfs het plan der samenzweerders “seer confuis en sonder de minste overleg aangeleyd”.
Waarom de regeering dan zoo buitengewoon streng tegen de samenzweerders optrad? Wie zal hierop met zekerheid het antwoord kunnen geven?
Dat Gouv.-Gen. Swaerdecroon Erberveld uit den weg wilde ruimen, omdat deze zijn erf, dat aan den tuin van den Gouv.-Gen. Grensde, niet wilde verkoopen (zie Dr. De Haan, Priangan III, bl. 473), lijkt me een wel wat krasse beschuldiging. (Ofschoon er een antecedent is in de geschiedenis der Israëlieten; men leze: I Koningen 21).
Meer waarde hecht ik aan de volgende opmerking van Dr. De Haan: “Het ligt voor de hand, dat het Bataviaasch publiek van 1721, zich bewust te leeven te midden eener vijandig gezinde slavenwereld, met graagte de tijding begroette, dat inderdaad een samenzweering was ontdekt; men wilde bloed zien. De geschiedenis kent genoeg dergelijke psychologische momenten; men denke bijv. aan den moord der De Witten”.
ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Pieter Erberveld 2Allen werden ter dood veroordeeld. Als een staaltje van rechtspleging uit den “goeden, ouden tijd”, moge hier het vonnis van Pieter Erberveld en de hoofdschuldigen volgen.
Zij werden veroordeeld, “agterwaarts op een kruys te werden gebonden en de regterhand afgekapt mitsgaders voorts met gloeyende tangen op de armen, beenen en borsten geknepen en het vlees daaruyt gehaald, dan, van onderenop, het ligchaam g’opent, het hart daaruyt gehaald en hun in het gezicht geworden, en wijders hun het hoofd afgekapt en hun ligchamen ider in stukken gehouwen te werden en hun hoofden op staeken te werden gezet buyten deze stad en ten proye der vogelen gelaten.”
Erbervelds huis werd gesloopt en op die plaats een gedenksteen aangebracht met het volgende opschrift in het Hollandsch en het Javaansch:
“Uyt een verfoeyelyke gedachtenisse teegen den gestraften landverraader Pieter Erberveld sal niemant vermoogen te deeser plaatse te bouwen timmeren metselen off planten nu ofte ten eenigen daage. Batavia den 14 April Ao. 1722.”
De gedenksteen is in een muur gemetseld, waarop een steenen doodskop aangebracht is. Het “monument” bevindt zich nu nog in goeden staat en is te zien aan den Jacatraweg te Batavia.
De bezittingen der samenzweerders werden verbeurd verklaard en verkocht. Die van Erberveld brachten ruim 3500 rijksdaalders op. Aan zijn eenige dochter werd later bij haar huwelijk het moederlijk erfdeel uitgekeerd.
De Commissaris Reykert Heere, die het complot had ontdekt, werd beloond door bevordering tot opperkoopman, op een salaris van fl 100 per maand.
Langzamerhand keerde de rust weer in de zwaar geschokte gemoederen der Bataviasche bevolking. Den 22sten April 1722 had de executie plaats en Zondags daarna hield men een algemeenen dankdag om God te danken voor Zijn bewaring en te bidden om bescherming tegen de “mahumedaanse en heydense vijanden die vol zijn van galle ende van bitterheyd”.
v. D. [Mr. J.A. van Dijk Jr.?]

Het Indische Leven - 3-21, 412

(Jakarta 2 – Olveh] 

[7 Januari 1922] Na een ware rondwandeling door de Indische hoofdstad – op vier andere plaatsen was eerst het kantoor gevestigd – betrok het Indische agentschap van de Onderlinge Levensverzekering Van Eigen Hulp dezer dagen het nieuw eigen gebouw aan de z.g. Voorrij-Zuid, tegenover het station Batavia-Zuid, en gisteren werd het ter bezichtiging van het publiek gesteld.
ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein De OlvehHoog opgetrokken met twee étages en twee hoek-koepels, domineert het nieuwe gebouw, door professor Schoemaker *) van de Techn. Hooge School te Bandoeng ontworpen en door den heer F. Loth gebouwd, in den geheelen omtrek. Het gebouw steekt te sterker af door de helle witte kleur waarin het gehouden is. Ook van binnen is alles zooveel mogelijk wit gehouden, waardoor de mooie ramen van gekleurd glas in lood onmiddellijk in het oog vallen.
De parterre en de eerste étage ter beschikking van eventueele huurders latende, heeft de O.L.V.E.H.-zelve de derde étage betrokken, welke keurig is ingericht. Een marmeren trap verbindt de diverse verdiepingen welke ieder een eigen ingebouwde kluis hebben. Toiletten en W.C.’s munten uit door helderheid en wanneer straks de reeds bestelde, doch nog niet gearriveerde exhauster in werking wordt gesteld, kunnen deze inrichtingen ieder oogenblik van den dag van versche lucht worden voorzien.
Grond en gebouw hebben de maatschappij f 250,000 gekost.
Men verzocht ons er even op te wijzen dat, hoewel oorspronkelijk een schepping der bekende coöperatieve vereeniging Eigen Hulp, de OLVEH alleen nog den naam met haar gemeen heeft. Het is thans een afzonderlijke maatschappij, werkende op coöperatieve basis, waardoor de verzekerden in de winst deelen. Behalve een reserve van 20 millioen – de ruggegraat van iedere assurantie-maatschappij – bestaat er nog een garantiefonds van een millioen gulden (geheel volgestort), waaruit eventueele koersdalingen van effecten bestreden kunnen worden.
[*) R. Schoemaker, de jongere broer van C. Wolff Schoemaker, was van 1920-1924 hoogleraar aan de T.H. in Bandung.]

Het Indische Leven - 3, 24, IX

[Jakarta 5 – Eigen Hulp] 

ILW Jakarta 5 Rijswijk Eigen hulp

Het Indische Leven - 3, 457

[Jakarta 5 – Hotel der Nederlanden] 
[Yogyakarta 2 – Hotel] 

[Januari 1922] Een Bataviasch Hotel-schandaal.
In Hôtel der Nederlanden, een der groote logeer-gelegenheden van Indië’s hoofdstad, brak typhus uit. Eerst werd één geval geconstateerd. De gezondheidsdienst stelde een onderzoek in toen er nog zeven gevallen werden vastgesteld, en toen, doch eerst toen bleek, dat door de keuken, waar het eten voor de gasten werd toebereid, een goot liep, waarin bedienden hun faeces deponeerden. Ook in andere opzichten werd de hygiëne absoluut met voeten getreden: de Overheid sloot de waterleiding af, de gasten kregen slechts aer-blanda en geconserveerde melk.
Intusschen steeg het aantal slachtoffers tot tien, één ervan bezweek bereids, een ander ligt in extremis; het hotel werd op last van den Resident aan de hand van wettelijke bepalingen gesloten voor nieuwe logé’s en de pachter-directeur zal waarschijnlijk evenzeer met de Justitie kennis maken als de fabrikant van ijs uit kaliwater.
Verdiend, voegen wij eraan toe. Niets, geen enkele omstandigheid hoe dan ook, had hem ertoe mogen bewegen, een dergelijken wan-toestand te tolereeren.
Maar voor ons blijft toch op den achtergrond als moreele mede-schuldige staan: het Gezag – hetzij gemeentelijk of gouvernementeel – dat heeft verzuimd tijdig de noodige technische en wettelijke maatregelen te treffen, welke aanslagen op de openbare gezondheid, als in Hôtel der Nederlanden gepleegd, voorkomen.
Bij de foto’s:
1.Een der hoeken van de keuken. Achter de pannen op den vloer loopt een goot rechts langs den oven. In deze goot bevindt zich een laag vuil ter hoogte van ruim 2 d.M. Rechts van den oven wordt deze goot door het personeel gebezigd als W.C. Zie foto 2.
2.Op deze foto zijn in de goot, nabij de daarop vookomende flesch, de faeces duidelijk zichtbaar. Hierop wemelde het van vliegen.
3.Vertoont de plaats, waar omgewasschen werd in het vat, op den voorgrond zichtbaar. Rechts daarvan een zinken bak, bedekt met een stuk klamboestof, waardoor het drinkwater “gefiltreerd” werd.
4.Ingang naar de keuken. Op den voorgrond ligt een doode rat.

ILW Jakarta 5 Rijswijk Hotel der Nederlanden keuken ILW Jakarta 5 Rijswijk Hotel der Nederlanden goot

ILW Jakarta 5 Rijswijk Hotel der Nederlanden omgewasschen ILW Jakarta 5 Rijswijk Hotel der Nederlanden Ingang keuken

 

Het Indische Leven - 3, 460

[Jakarta 5 – Winkelgebouw] 

Maandag 16 dezer [Januari 1922] werd hier ter stede geopend het nieuwe winkelgebouw van ‘Eigen Hulp’, gelegen tegenover Noordwijk aan den Molenvliet. Het pand mag gezien worden en het zal voor den wakkeren Directeur ongetwijfeld en groote voldoening zijn, dat het eindelijk – na grooten tegenspoed – gereed is gekomen.

Het Indische Leven - 3-33, 649

[Jakarta 3 – Majoor Chinees] 

ILW Jakarta 3 Glodok Majoor Chinees[1 April 1922] Zondagavond had in de mooie woning van den Majoor-Chinees van Batavia, den Heer Khouw Kim An, een luisterrijk feest plaats ter gelegenheid van het huwelijk van een zijner zonen met een juffrouw Tan.

Op onze foto, vervaardigd door het Fot. Atelier Ter Laag-Van Felde, zien wij rechts den Majoor der Chineezen – met beide handen op de ballustrade – en links, in rok gekleed, den bruidegom. Ook merken wij – naast den bruidegom – op den schoonvader van den Heer Khouw Kim An, den bekenden Heer Phoa Keng Hek.

Het Indische Leven - 3-39, 773ILW Jakarta 3 Glodok Buitenkerk orgel gaanderijILW Jakarta 3 Glodok Buitenkerk preekstoel

[Jakarta 3 – Gereja Sion] 

[1922] De restauratie van de Portugeesche of Buitenkerk aan den Jacatraweg te Batavia is afgeloopen.
Wij brengen een tweetal foto’s van het interieur, waarop de lezer ziet den fraaien preekstoel en de orgel-gaanderij. Het orgel zelf wordt in Duitschland hersteld.

Het Indische Leven - 3, 894

[Jakarta 5 – Hotel der Nederlanden] 

[1922] Hotel der Nederlanden
Wij brengen eenige foto’s van het geheel gerestaureerde, thans onder leiding van den heer Nieuwenhuis staande Hotel der Nederlanden te Weltevreden. Hoewel het hotel nog niet officieel is geopend en nog niet alles tot in de puntjes gereed is, wonen er toch reeds logé’s. Met de verbouwing was belast aannemer Kortekaas, die eer heeft van zijn werk. Het hotel maakte op ons een prettige indruk. Vooral is stipt de hand gehouden aan de eischen der hygiëne, de nieuwe keuken en alles wat daartoe behoort mag gezien worden.

ILW Jakarta 5 Rijswijk Hotel der Nederlanden

Het Indische Leven - 3-48, 953

ILW-Steenlegging
[1921] Eerste steenlegging van de meisjes-H.B.S. 'St. Angela' [Het Indische Leven 3, 201]

[Bandung – Ursulinen]

J.l. Zondag (9 Juli [1922]) werd te Bandoeng de Katholieke H.B.S., tevens internaat voor meisjes, feestelijk geopend. Het gebouw, gelegen aan het Pieterspark, maakt door zijn rustigen gevel en hoog dak een monumentalen indruk. De begane grond bevat de diverse klasse-lokalen, recreatie- en eetzaal, welke alle met een doorloopende, breede galerij met elkander in verbinding staan. Op de verdieping zijn ondergebracht de ruime en luchtige slaapzalen met toiletten enz.
De plannen werden ontworpen door het Arch. en Ingrs. Bureau Hulswit-Fermont-Ed. Cuypers te Weltevreden, welke tevens de directie voerde, terwijl het gebouw werd uitgevoerd door den aannemer M. Kunst, die in 7 maanden tijds het werk tot stand bracht.

Het Indische Leven - 3-49, 971

[Malang – Neutrale lagere school]

Juli 1922 - De Neutrale School te Malang.
[...] Het eerste schoolgebouw, eigenlijk een particuliere, was te klein geworden; het aantal leerlingen was van 66 bij de oprichting in Juli 1919 in Januari van dit jaar uitgegroeid tot 211. Een obligatieleening werd met succes uitgeschreven en het schoolgebouw kwam tot stand, dank zij in de eerste plaats de zorgen van ir. Giesberger, toenmaals voorzitter der vereeniging. [...] het fraaie gebouw, ontworpen en uitgevoerd door den Architect D. Berendsen.

Het Indische Leven - 4-1, 11

1922 – Te Malang werd dezer dagen het nieuwe gebouw der Javasche Bank geopend. Onder zeer groote belangstelling.
Het nieuwe kantoor doet in vele opzichten denken aan de 'Javasche Banken' in andere plaatsen van Indië.

Het Indische Leven - 4, 73

[Bandung – Aloon-aloon]

ILW-Schiet-concours

Schiet-concours in 1922

Het Indische Leven - 4-3, 56

[Jakarta 6 – Aneta] 

[1922] De telegraaf bracht ons de heugelijke tijding, dat ter gelegenheid van Koninginnedag waren benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau de Heeren F.H.K. Zaalberg, Hoofdredacteur van het Bat. Nwsbl., en D.W. Berretty, Directeur van Aneta.

Het Indische Leven - 4-3, 58

[Jakarta 7 – Pasar Gambir] 

[Augustus 1922] De ‘Vreugden van Batavia’ concentreeren zich dezer dagen wel op ons Koningsplein: Naast het, door de grootsche electrische verlichting aan een Groszstadt doende denken Deca-park, het daarbij ietwat armoedig afstekende circus, waaruit minder fraaie muziek en zwak applaus opstijgen. Achter het circus de renbaan en heden reeds vangt het groote concours hippique aan, terwijl Zaterdag de rennen beginnen. Naast het terrein der B.B.W.S. [Batavia Buitenzorg Wedloop Sociëteit] de pasar gambir, het summum van aardsche genietingen. Daarheen stroomt de menigte in dichte file, bestormt het restaurant waar telken jare opnieuw de bedienden handen te kort komen – beter gezegd; waar elk jaar op den eersten dag een tekort aan djongos heerscht – en drentelt rond langs de kraampjes, welke toch eigenlijk ook niets nieuws toonen. Maar men amuseert zich of doet alsof en allen loven de energie, den noesten arbeid van het comité, dat zich uitsloofde voor de veel geplaagde burgerij.

Het Indische Leven - 4-17, 333

[Yogyakarta 2 – Nillmij] 

[1922] De Nillmij is bezig een nieuw kantoor-gebouw te bouwen te Djokja en wel op den hoek van de Kadasterstraat en den Ngabeanweg, tegenover de societeit en het postkantoor, ter plaatse waar vroeger Hôtel Centrum stond. Het ontwerp is van het Algemeen Ingenieurs- en Archtecten-bureau.
In den vleugel aan de Kadasterstraat zal de Escompto haar Djokja-kantoor vestigen, terwijl in den vleugel aan den Ngabean de Nederlandsche Handel Maatschappij haar agentschap zal onderbrengen. [De ingang van de Nillmij is op de hoek van het gebouw]

Het Indische Leven - 4-20, 398

[Bandung 2 – Krijgsgevangenen] 

De 1ste tevens militie-compagnie van het XVe bataljon Infanterie te Bandoeng, heeft zooals Het Nieuws van den Dag v. N.I. reeds meldde, tijdens hare laatste meerdaagsche oefeningen, en masse de vulkaan Goentoer ten Z.O. van Bandoeng beklommen, zonder één enkelen uitvaller. Een mooie prestatie, vooral als men in aanmerking neemt dat de miliciens nauwelijks vijf maanden soldaat zijn!

Het Indische Leven - 4-23, 451

[Jakarta 6 – Standbeeld] 

ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein standbeeld Gustaaf AdolfHet is ons niet bekend wie de ontwerper is van Coen’s standbeeld op het Waterlooplein hier ter stede, en eerlijk gesproken: het kan ons heel weinig schelen. Wij hebben het nooit kunnen bewonderen en de er aan verbonden anecdoten maken het een beetje bespottelijk. Wat niet weg neemt, dat een hulde aan een grooten voorvader sympathiek moet worden genoemd.
Maar nu iets anders. Nederlanders maakten zich nooit beroemd wegens standbeelden, welke zij voor vermaarde landgenooten oprichtten, Holland kent zelfs geen enkel grootsch monument. Doch wat wij thans hebben ontdekt, is wel wat terlaloe.
Ons werd toegezonden een reclame-brochure voor dit jaar te Gothenburg in Zweden te houden jubileum-tentoonstelling. Een boekske met stads-gezichten. Er in bladerende, vonden wij bijgaande foto van het standbeeld van Gustaaf Adolf. De lezer bekijke het eens goed en make dan eens een vergelijking met het standbeeld van onzen Coen, Is getrouwer imitatie mogelijk?
Het lijkt ons een zonderling geval. En is het niet een beetje beschamend voor den ontwerper en voor hen, die destijds aan het ontwerp hunne goedkeuring hechtten?

Het Indische Leven - 4-28, 557

[Jakarta 7 – CAS] 

[Advertentie].Candidaten
Voor het toelatings-examen voor de 5-jarige H.B.S. (programma K.W. III school) van de Carpentier Alting Stichting, moeten vóór 1 April 1923 zich schriftelijk melden bij de betrokken directrice Koningsplein Oost 14, Weltevreden.
Candidaten, in het bezit van een door het hoofd eener Europeesche lagere school afgegeven verklaring van toelating tot de hoogere burgerschool, leggen deze bij hun aanmelding over.
Meisjes, geslaagd in het toelatings-examen voor eene openbare H.B.S., hebben zonder nader examen toegang. 

ILW Surabaya 2 Boeboetan Ketabang Toendjoengan Gemblongan

Het Indische Leven - 4-38, 755

[Surabaya 2 – Gemblongan] 

Op 27 April [1923] reed de nieuwe electrische tram te Soerabaja officieel voor de eerste maal. En helaas, vielen er dien dag twee aanrijdingen te betreuren, welke gelukkig betrekkelijk goed afliepen.
Van één dezer accidenten geven wij nevenstaande foto, genomen op Gemblongan ter hoogte van firma Schönmann. Auto en tram raakten bij de botsing zoo vast in elkaar, dat er een half uur hard gewerkt moest worden om de wagens van elkander vrij te maken. Persoonlijke ongelukken hadden er bij het ongeval niet plaats.

Het Indische Leven - 4-42, 834 

[Bogor – Salak] 

ILW Bogor Bogor Salak

Op den eersten Pinksterdag [1923] werd het Nieuwe Hotel Dibbets te Buitenzorg feestelijk geopend. Vele autoriteiten waren bij deze festiviteit tegenwoordig.
Het nieuwe etablissement is centraal gelegen, heeft aardige zitjes, veertig comfortabele kamers, eigen electrisch licht en een voortreffelijke keuken.

Het Indische Leven - 5, 14-17

[Jakarta 1 – Tiedeman & Van Kerchem] 
[Jakarta 2 – Escompto] 

De N.I. Escompto Mij, aan de Binnen-Nieuwpoortstraat, en de fa. Tiedeman en Van Kerchem aan de Kali Besar Oost te Batavia […] werden in beton uitgevoerd door het Ingenieurs-bureau L.M. v.d. Berg en J.J. Groeneman civ.-ingenieurs te Weltevreden.
Over het gebouw van de fa Tiedeman en Van Kerchem het volgende: Bebouwde oppervlakte 1100M. In eigen beheer gebouwd volgens ontwerp van Ir. L.M. van den Berg, nadat de op de onderhandsche aanbesteding ingekomen offerten te hoog waren bevonden.
Medio Maart 1922 nam de bouw een aanvang, in Mei van dit jaar [1923] werd de hoofdverdieping (de eerste etage) in gebruik genomen. Het gebouw is zeer eenvoudig van afwerking. De versiering werd in de feitelijke constructie gevonden, waardoor een harmonisch geheel werd verkregen.
Het nieuwe gebouw van de N.I. Escompto Mij. is slechts een partiëele vervulling der wenschen!
Het thans voltooide stuk, dat toch een ‘geheel’ vormt, maakt slechts een deel uit van een bebouwingsplan van het geheele terrein van de Escompto, en beslaat een oppervlak van 1100 M², terwijl het geheel afgewerkte gebouw 3000 M² groot zal worden.
De frontbreedte aan de Java-Bank-straat is 59 M., terwijl de afgewerkte gevel aan de Binnen-Nieuwpoortstraat 70 M. lang zal zijn. In deze laatsten gevel zal de hoofdingang van het gebouw komen.
Het ontwerp, ook van L.M. van den Berg, is een omwerking van het bekroonde ontwerp van de bouwkundige ingenieurs van den Berg en Pichel op de, door de Escompto uitgeschreven, prijsvraag. De hoofdgedachte in den opzet is aangehouden, In détails is de indeeling gewijzigd, terwijl ook de gevel een ander karakter heeft gekregen.
In Juni 1921 was de oorspronkelijke bebouwing gesloopt en kon de eigenlijke bouw in aanvang nemen. De groote moeilijkheid was ook hier het beperkte werkterrein. Eind Augustus zal het gebouw in gebruik worden genomen, hoewel reeds in Juli van het vorig jaar de archiefruimte in gebruik werd gesteld.
Wanneer men in Indië, in steden als Batavia en Soerabaja, verdiepingsgebouwen voor kantoren wil neerzetten, dan is één van de voornaamste argumenten daartegen: In de tropen kan men geen trappen loopen! […]
De beide nieuwe gebouwen zijn dus – zeer menschkundig – voorzien van dubbele stellen electrisch gedreven personenliften en daar deze apparaten – naar wij menen – de grootste van hun soort in Indië zijn, willen we hier wat meer van vertellen:
Al deze liften werden gebouwd door de Otis Elevator Cy., waarvoor de fa. Fred. Stieltjes & Co. te Soerabaja de alleen-vertegenwoordiging voor Holland en Koloniën heeft; deze Mij. leverde ook de liften o.a. voor de Underground te Londen, voor het bekende Woolworth Building, voor de Elbe-tunnel enz.
De liften bij deze beide nieuwe gebouwen, zijn berekend voor een belasting van 750 K.G. met een hefsnelheid van 0,5 Meter per seconde, ze worden gedreven door motoren van 11,6 P.K.
Vanzelf sprekend kan deze belasting eventueel oogenblikkelijk belangrijk overschreden worden, zonder dat dit aanleiding zal geven tot defecten. Met een belasting van 23 Inlanders in de cabine werkten de liften nog, zonder dat er iets abnormaals was te bespeuren.[…]
Wat toch is het grootste gevaar, dat men zich bij een lift kan voorstellen? Wat denkt men onwillekeurig, wanneer men snel en geruischloos van verdieping naar verdieping wordt gevoerd? Men denkt: Wanneer nu eens de kabel breekt!
En dat deze gedachte niet zóó dwaas en overdreven is, bewijzen wel de vele ongevallen, welke door dergelijke kabelbreuken veroorzaakt plegen te worden.
ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Otis liftenWelnu, wij hebben bij dezer Otis-liften den kabel eens doen breken! Of althans gedaan alsof!
Ter hoogte van de derde verdieping in het gebouw van de firma Tiedeman en Van Kerchem was de rechter liftcabine aan een stevigen kabel van touw opgehangen, terwijl de stalen draagkabels geheel gevierd waren. Wij namen zelf op het dak van de linkercabine plaats, om het geheele evenement, deze belangrijke proef, te zien gebeuren.
Op een commando van den ingenieur der firma, welke de vertegenwoordiging heeft, zou het ééne touw, dat den ca. 800 K.G. zwaren last droeg, worden doorgesneden.
Toch even ‘a thrilling moment!’
Het bevel wordt gegeven, het touw scheurt vanéén onder het scherpe mes, en we denken ‘Als het nu eens niet werkt…’
Een slag, het touw rafelt aan flarden, denderend zakt de cabine een vijftal centimeters – dan pakt reeds de ‘vangveiligheid’ en van vallen is geen sprake.
Deze ‘vangveiligheid’ is het, welke bij breken van de kabels, onder de cabines de rails, waarlangs de kooi zich beweegt, grijpt, en de cabine bijna onmiddellijk tot stilstand brengt. […]
Wat de reiniging van deze gebouwen betreft, beide zijn voorzien van een stofzuiginstallatie der Sturtevant Engineering Ltd., waarvan de fa. Ferd. Stieltjes te Soerabaja ook de vertenwoordiging voor Indië heeft.
In de gebouwen ziet men van deze installaties niets, behalve hier en daar in de gangen, en in elk vertrek een koperen dop, onder aan den wand, welke doppen de in den wand aangebrachte buizen afsluiten, waarop het stofzuigapparaat desgewenscht kan worden aangeschakeld.
Deze Sturtevant Cleaners, waarvan het ‘Centraal-Zuig-Apparaat’ buiten het hoofdgebouw is opgesteld, werken met een vrij laag vacuum, doch met een zeer groote luchtverplaatsing, hetgeen in de practijk de beste resultaten geeft.
De zuiging wordt veroorzaakt door één electromotor, met één ventilator met zeven schoepenwielen, welke 4 à 5000 omwentelingen per minuut maken.
Wanneer men dus bepaalt, dat van ’s morgens zeven uur tot half acht de Cleaner werkt, dan kan in dien tijd door inschakeling van alle zuigers het gebouw volkomen stofvrij zijn gemaakt, gemakkelijker, vlugger en meer doeltreffend dan met onze onvolprezen sapoe lidi’s! […]

Het Indische Leven - 5, 108

[Jakarta 5 – Escompto] 

[1923] De kluis van het nieuwe kantoorgebouw van de Nederlandsch-Indische Escompto Mij. te Weltevreden wordt beschermd door 40 c.M. dikke wanden, vloeren en een plafond van beton, gewapend met zoogenaamd pantser-ijzer. Dit ijzer is harder dan staal, en bestand tegen elke wijze van doorbranden met een zuurstofvlam. Het wordt geleverd in stangen van 70 bij 10 c.M., welke om hun lengte-as gewrongen zijn, zoodat een goede samenhang met het beton verkregen wordt. Waar dit ijzer in Indië niet meer bewerkt kan worden, moet men het op juiste maat in Europa bestellen. […] De pantserstangen werden geleverd door Bernet en van den Berg’s Metaalhandel, alhier.

Het Indische Leven - 5, 133

[Jakarta 7 – Paarden] 

B.V.C. [Bataviasche Voetbal Club] werd den 25en September 1903 opgericht ten huize van den Heer Prins, Koningsplein-Zuid. Haar speelterrein bevond zich oorspronkelijk op het Koningsplein tegenover Gang Scott [Jl Budi Kemuliaan]; eerst veel later sloeg B.V.C. haar tenten op in den Planten- en Dierentuin. Daarna werd het Deca-Park haar terrein, terwijl eenige maanden geleden B.V.C. zich vestigde op het oude terrein van de Britsche Sport-club.
B.V.C. was vroeger een club van vrijwel uitsluitend Hollandsche spelers; bijna alle voetballers, die uit het oude land hierheen kwamen – behalve dan de officieren, want die gingen naar Oliveo – sloten zich hier bij B.V.C. aan. Onder die Hollandsche spelers waren vele voetballers van naam. B.V.C. heeft in hare gelederen gehad Kamperdijk, de Bruijn Kops, Keppel Hesselink, Beeuwkes, Lens Rompies, Ledeboer, Schippers, Carli, die allen reeds in Holland tot de voetbalsterren werden gerekend. Zij allen voelden zich uit den aard der zaak tot B.V.C. aangetrokken, de club, waarin zij hun oude Hollandsche voetbalkennissen terugvonden. In den laatsten tijd is hierin verandering gekomen en hebben ook meer Indische jongens zich bij B.V.C. aangesloten. […]
Veel succes in competitiewedstrijden heeft B.V.C. niet gehad. De beste spelers hadden hun werkkring in den handel en het was hoofdzakelijk aan deze omstandigheid te wijten, dat ten gevolge van doorloopende mutaties B.V.C. nooit voor langen tijd met dezelfde elftallen kon uitkomen, waardoor vanzelf groote successen niet konden worden behaald. […]
Het Indische Leven-6, 578 [20 December 1924]
Zondag j.l. had in het Deca-park te Weltevreden een ontmoeting plaats tusschen U.M.S. en B.V.C., welke wedstrijd door B.V.C. met niet minder dan 5 – 1 werd verloren, zoodat zij thans definitief gedoemd is degradatiewedstrijden te spelen.

Het Indische Leven - 5, 151

[Jakarta 1 – Zeevisserij] 

Het nieuwe Laboratorium voor het ‘Onderzoek der zee’, aan den Pasar Ikan te Batavia, zal niet alleen in wetenschappelijke kringen de aandacht trekken, doch ongetwijfeld spoedig ook den inwoners van Weltevreden veel belang inboezemen.
Behalve het voor wetenschappelijke onderzoekingen bestemde hoofdgebouw toch, bevindt zich in den ruimen tuin, die bestemd is een kleine hortus botanicus van kustplanten te worden, een tweede gebouw, dat de zeewater-aquaria herbergt. Dit is geheel ingericht op de wijze van Europeesche aquaria, bijv. dat te Amsterdam.
Het bevat rechts vier bassins en links twee, die dubbele breedte hebben, en voor grootere visschen en eventueel schildpadden bestemd zijn. In de kelder bevinden zich groote zeewater-reservoirs, die 180.000 Liter bevatten. Door een dag-en-nacht doorwerkende electrisch gedreven pomp wordt het water hieruit opgepompt naar de goot boven de bassins, waaruit het door waterstraal-luchtpompjes in de bassins stroomt, een wolk van luchtbelletjes meevoerend. Het verbruikte water vloeit weer naar den kelder terug, waar het door kwartszand-filters gereinigd wordt. Hetzelfde water circuleert dus steeds.
Van den aanvang af is de werking van het aquarium een succes gebleken. Er zijn visschen, die er reeds bijna een jaar leven, terwijl de eetlust niets te wenschen overlaat. Dit blijkt bij de dagelijksche voedering met rebon (kleine garnaaltjes) en stukjes visch. De schitterende kleuren onzer tropische koraalvisschen, die hierin wedijveren met vogels en vlinders, wekken ieders bewondering. Minder groot was tot nu toe het succes met de lagere dieren, als zeesterreen, zee-egels, koralen e.d. Alleen de ornamentale radjoengans (krabben) houden zich uitstekend.
Na lang wachten zijn thans ook de 2 cm. dikke ruiten voor de dubbel-breede bassins der linker-helft ongeschonden aangekomen en reeds ingezet.
Binnen korten tijd kan dus de officieele opening tegemoet gezien worden, waarna het aquarium, dat zeker een der attracties onzer stad zal vormen, ook voor het publiek opengesteld zal worden.
↓ Het Indische Leven - 5, 752, 753

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Zeevisserij 01

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Zeevisserij 02

 

Het Indische Leven - 5, 216-217

[Jakarta 6 – Postkantoor] 

[1923] Een bezoek aan het post- en telegraaf-kantoor te Weltevreden.
Ten einde den lezer een indruk te geven van het, voor het publiek niet toegankelijke, interieur en den omvang van het bedrijf op het hoofd-kantoor der Posterijen en Telegrafie te Weltevreden, plaatsen wij hierbij een kleine serie – door onzen eigen foto-dienst opgenomen – foto’s, daarop betrekking hebbende. […]
Zoo zien wij dan: 1.Het lossen van een gedeelte der mail uit een der post-auto’s. Iedere post-auto voert gemiddeld een vijftigtal zakken aan; 2.Het binnenbrengen der mail; Links op den voorgrond de sous-chef, de Heer A.E. Tuybers; 3. Het sorteeren der aangebrachte stukken; 4.De electrische stempelmachine, die een gemiddelde snelheid van 48000 brieven per uur haalt.
Van de geboden gelegenheid maakten onze fotografen tevens gebruik om eenige gedeelten der telegraaf-zalen te vereeuwigen. De ruime sein-zaal is verdeeld in een Morse-, een Simplex-recorder-, een Duplex-recordeer- en een Snel-telegraaf-afdeeling, waarmede de, met het kantoor te Weltevreden rechtstreeks werkende, andere kantoren, naarmate hunne meerdere of mindere belangrijkheid, in verbinding staan.
De Snel-telegraaf-toestellen van Siemans & Halske, welke alleen voor de vier voornaamste telegraaf-kantoren Weltevreden, Soerabaja, Batavia en Semarang gebezigd worden, kunnen een snelheid van 1000 letters per minuut ontwikkelen.
Om den lezers eenigszins een denkbeeld te geven van de drukte die op het Telegraafkantoor, alhier, heerscht, diene, dat – niettegenstaande het verkeer door den malaise-toestand is afgenomen – tusschen de kantoren Weltevreden en Soerabaia alleen dagelijks ongeveer 2000 telegrammen, waaronder lange pers-berichten, worden verwerkt.
5. De sous-chef van het Telegraaf-kantoor, de Heer A.L. de la Fosse, en verder leidend personeel; 6. Snel-telegraaf- (links) en Morse-afdeeling (rechts); 7. Zend-toestellen van Siemens & Halske; 8. Ontvang- en Zend-toestellen in bedrijf; 9. Het herstellen van een der ontvang-toestellen; 10. Recorder-duplex-afdeeling; 11. Expeditie-personeel met op den achtergrond de telefooncellen.

ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein postkantoor 1

ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein postkantoor 2

Het Indische Leven - 5, 668-670

[Jakarta 3 – Klenteng] 

[1924] Daarna begaven wij ons naar den grooten, aan Koan Im Ho Tjouw gewijden tempel der Chineesche gemeente, gelegen aan Klenteng, achter Pasar Glodok, welke ons als de fraaiste was beschreven.
Den hoogopgaanden steenen muur, die slechts aan één der zijden onderbroken wordt door een klein poortje, omgaande, stonden wij weldra voor den hoofdingang van dit heiligdom, een in Chineeschen stijl opgetrokken ruime poort, waarboven eenige Chineesche karakters zijn aangebracht, den aard van het gebouw vermeldende.
Treedt men deze poort binnen, dan strekt zich een ruim grasveld (waarvan door den ‘toekang menatoe’ een nuttig gebruik wordt gemaakt als bleekveld), doorsneden met gecementeerde paden, voor U uit.
Al dadelijk wordt Uw aandacht getrokken door twee ten hemel wijzende, in een eigenaardigen vorm opgaande, vlaggestokken. Op den achtergrond doemt het eigenlijke tempelgebouw op, kenbaar aan het naar Chineeschen trant eigenaardig gevormde, met kruipende draken versierde dak, omgeven door een rij kleinere gebouwen.
In deze ‘bijgebouwen’ zijn de kleinere altaren, het een al onoogelijker en vuiler dan het ander, ondergebracht, – waarbij een tweetal nieuwere echter gunstig afsteken – terwijl de resterende ruimte den priesters en tempelwachters onderdak verschaft.
Voor den grooten tempel staan een paar, door roest vrijwel verteerde, ijzeren fornuizen – zouden wij bijna zeggen –, die dienen voor de verbranding van de aan de goden gerichte kennisgevingen, het papieren geld en de papieren figuren […], terwijl links en rechts een paar reusachtige door ouderdom vergeelde lampions, met uitgezakten bodem, hangen te bengelen. Ter weerszijden vindt men twee groote steenen leeuwen, al even gedrochtelijk als de rest, die den tempel schijnen te bewaken en U grijnzend waarschuwen niet zonder den noodigen eerbied binnen te gaan. […]
Nog een neerdrukkend, zijn nietigheid beseffend oogenblikje maakt de bezoeker door, wanneer hij de ruimte achter het hoofdaltaar betreedt, waar een drietal meer den tweemaal levensgroote beelden langs den achterwand staan geschaard, die vanuit de hoogte op hem neerzien. ’t Is de verpersoonlijking van Sit Hia Hoet, met zijn beide dienaren, die door de Chineesche wereld als een hunner ‘tepekongs’ wordt vereerd, in werkelijkheid echter afstamt uit de Boeddhistische leerstellingen […].

Het Indische Leven - 5, 670, 673

[Jakarta 3 – Godsdienst] 

Een bepaalde godsdienstige leer-stelling kent de Chinees niet.
Vraagt men verschillende personen uitlegging van zaken, hun godsdienst betreffende, dan krijgt men de meest uiteenloopende verhalen te horen.
Hetgeen wij vernamen, komt op het volgende neer:
In China beleidt men de leer van Tje-Kauw, terwijl in sterfgevallen To-Kauw wordt aangeroepen. Men kent er echter nog een derde godheid – de opper-godheid – Se-Kauw (verbastering van Sefa = Boeddha) genaamd.
In Indië wordt zoowel de leer van Boeddha, als die van den Islam en Kong-Ho-Tjoe gevolgd.
Zoo wordt bijvoorbeeld bij huwelijken, volgens de leer van Boeddha, geofferd, terwijl weer anderen voor die gelegenheden slametans aanrichten, wat alleen in gebruik is bij de Mohammedanen.[…]
Na den dood verschijnt de ziel voor Giam-Lo-Ong, die, al naar de daden van den gestorvene, beslist, welke verdere verblijfplaats hem wordt aangewezen: hetzij den hemel – de Sorga –, de plaats waar het den zielen aan niets ontbreekt, hetzij de hel, d.i. de aarde. Dit terugzenden der ziel naar de aarde geschiedt in een gedaante, die afhangt van de straf, die tengevolge van het voorgaand leven wordt opgelegd, dit is in menschen- of dierrengedaante.[…]
Voor elke gelegenheid, bij vreugde, zoowel als bij rampen of lijden, koos de Chinees zich een persoon, die zich bij zijn leven òf door een onberispelijken levenswandel, òf door bijzondere daden boven de gewone stervelingen verheven had. En tot dezen wendt hij zich al naar gelang de zaak, waarin hij hulp behoeft.
Men vindt ze afgebeeld in de tempels; of deze personen er inderdaad zoo schrikwekkend uitzagen, als zij in de beelden worden teruggegeven, weten wij echter niet.
De gemeenschap met deze heiligen wordt onderhouden door brieven, papieren geld en papieren figuren, die hen door verbranding bereiken, en welke papieren door de tempelwachters worden verkocht. […]
Alleen van de opperste godheid Giam-Lo-Ong vindt men in de tempels geen afbeelding, omdat, – en het is vrij logisch geredeneerd – waar Giam-Lo-Ong zich verbergt achter zijne ministers en dienaren, ’t nog niemand gelukt is deze godheid te aanschouwen, en het dus niet mogelijk is hem uit te beelden.
Wil men nu van Giam-Lo-Ong de een of andere gunst verkrijgen, dan dient men er zorg voor te dragen in de eerste plaats diens helpers, die immers het verzoek moeten voordragen, op zijn hand te hebben. En dit tracht men te bereiken door het offeren van geld en spijzen. En vooral het geld speelt daarbij een groote rol.[…]

Het Indische Leven - 5, 713

[Jakarta 1 – Schildershuisje] 

Iets over de legertoestanden in de 18e eeuw […]
De 18e eeuw kenmerkt zich door een tasten en proberen op velerlei gebied om de ziekten te onderdrukken. Zoo werd meer aandacht besteed aan den uniform, de voeding, het klimaat en de vermoeienissen van den dienst.[…]
In hoge mate onpractisch moet in dien tijd de uniform zijn geweest van de troepen bij het garnizoen Batavia. IJzeren stormhoeden en curassen waren nog in gebruik en we kunnen ons voorstellen hoe in zoo’n tenue het eene marteling moet zijn geweest om dienst te doen.
Is men thans [1924] met de draadlooze verbinding binnen 24 uur al op de hoogte van Europeesche veranderde toestanden, ten tijde vernam men deze slechts van aankomende passagiers, die al een reis van 6 – 8 maanden achter den rug hadden. Dit blijkt, doordat in 1723 de ‘morions’ (stormhoeden) en curassen werden afgeschaft omdat:
‘in dit warme climaat somwijlen al vrij pynlyck en het curas nog al benauwder en kostelyker voor de piekeniers is; en alsulcks, na de getuigenissen van alle officieren, in geene gewesten van Europa meer in gebruyk.’
De gezondheidstoestand der militairen bleef echter ‘beklagelijk’. Velen daalden dagelijks te grave, doch ook op de ‘drilplaatsen’ vielen zij flauw en in onmacht, zonder dat men eenige andere reden wist uit te denken dan ‘Gods slaende hand’. De regeering was wel met deze omstandigheden bekend en de chirurgrijns verklaarden dat:
‘het weder extra-ordinair ongestadig en overmatig heet was geweest en de militairen door den dienst in reegen en zonneschijn genoegsaam afgemat, weshalve zij van veel nut agten de versterkking van twee extra-ordinaire soopjes’. (1737) […]
De G.G. Mossel ging in 1759 zelfs zoover dat hij het op wacht staan van Europeanen overdag te afmattend vond en het ‘bekrompen schidershuysje’ te klein als beschutsel tegen de hitte der brandende zon. Zijn ‘Edelheyd’ meende dat dit de oorzaak was van de brandende koortsen en zware ziekten en stelde aan de Heeren leden der O.I.C. voor om zestig inlanders in dienst te nemen, om alleen gebruikt te worden tot het ‘schilderen’ van elf uur voormiddag tot 3 uur namiddags. Hieraan werd gevolg gegeven.

Het Indische Leven - 5, 751

[Jakarta 1 – vissen]

Het allereerst dan staan we voor het, volgens de plannen van den thans in Holland vertoevenden Dr. Dunier gebouwde grootendeels uit beton opgetrokken, aquariumgebouw, dat het eenige voor het publiek toegankelijke gedeelte van het Laboratorium is. Daarachter staat het eigenlijke, met het front naar de haven gekeerde, hoofdgebouw, waarin het Laboratorium voor wetenschappelijke onderzoekingen zetelt, en waarin we, naast de verschillende werkkamers van het hoofd, Dr. H.C. Delsman, en zijn (thans door de bezuiniging ontbrekende!) assisteten, welke zalen ruim voorzien zijn van de voor de studie noodige praeparaten, ook een keurig verzorgde bibliotheek aantreffen, met daarachter het zaaltje, waarin de zoölogen in apart afgescheiden gedeelten gelegenheid hebben hun onderzoekingen uit te voeren of waar doortrekkende buitenlandsche geleerden gelegenheid vinden hun op hun onderzoekingstochten door dezen archipel verzamelde praeparaten voor de reis naar de Europeesche gewesten te conserveren en te verpakken.

Het Indische Leven - 5, 812-813

[Mendut – Mendoet-tempel] 
[Borobudur 0 – Boeddha] 

De legende van den Boroeboedoer.
Voor de tegenwoordige Javanen is de oorsprong en de bedoeling van dit machtige Hindoe-Javaansche bouwwerk, de heuvel-tempel van den Boroeboedoer, een volkomen gesloten boek.
Zij weten niets van den bouwmeester, noch van den tijd der oprichting ervan, maar daar zooiets hen niet bevredigt en de volks-fantasie altijd tracht het onbekende aan te vullen, ontstond zoo de volgende legende, die de wording van den Boroeboedoer verklaart. (In het Tijdschrift v. W.-I. van 1858 deelde Brumund *] deze legende voor het eerst mede.)
In Boeddhistische tijden, de ‘Djaman-boeda’, was er een machtig vorst, zoon van den Hoogepriester, heerscher over Midden-Java. Die vorst nu, Déwa Koesoema geheeten, beleedigde eens een zijner hovelingen zeer zwaar. Vol verbeten woede zon deze op middelen om zich zoo verschrikkelijk mogelijk te wreken en zijn beleediger zoo diep mogelijk te treffen.
Déwa Koesoema had een eenig kind, een twee-jarig meisje, schoon en liefelijk, de oogappel van haar vader en het geluk van zijn leven.
Op zekere dag is het kind plotseling verdwenen. Duizenden dienaren worden uitgezonden om te zoeken: doen naar alle kanten navraag, en het gehele rijk is dra in beroering en beweging om den ontroostbaren vader zijn geliefd kind terug te bezorgen.
Alles is echter vergeefs en niet het geringste spoor wordt ontdekt van het arme kind.
Zoo’n mysterieuze verdwijning als deze was nog nooit voorgekomen; er hing een sluier van onbegrijpelijke verborgenheid over dit alles, en zelfs de onverschrokkensten aarzelden en werden huiverig, wanneer zij er over hoorden spreken, terwijl de moeders vol angst hun kinderen opsloten en het niet meer waagden ze buiten te laten spelen.
Ontroostbaar verliet de ongelukkige vorst en vader zijn paleis en de hoofdstad, om zijn heele rijk en het gansche eiland af te zoeken naar zijn kind. Niet eerder zou hij rusten, noch het weenen en klagen staken, voor hij het teruggevonden en weer aan zijn hart gedrukt zou hebben.
Jaren en jaren verliepen.
Op zekeren dag ontmoet de in eenzaamheid ronddolende een bloeiend bekoorlijk meisje van groote schoonheid.
Het is zijn verloren kind.
De vader herkent zijn dochter echter niet, noch ook de dochter haar vader. Door een machtige en onstuimige hartstocht overmeesterd, vraagt hij om de hand van het schoone meisje; ze beantwoordt zijn liefde en ze worden man en vrouw.
Uit het incestueuze huwelijk wordt een kind geboren. Nu is aan de wraakzucht van den beleedigde ten volle voldaan. Hij ijlt naar den Koning en openbaart hem het vreeselijke geheim.
Als door den donder getroffen, staat Déwa Koesoema en ontbiedt de priesters, om uit te maken hoe de wraak der goden is af te wenden.
De priesters zeggen echter, dat voor een dergelijk vergrijp, al is het ook onbewust gepleegd, geen vergeving bestaat. Voor straf moet de vorst, met moeder en kind tusschen vier muren ingesloten, de rest van zijn leven in boetedoening en gebed doorbrengen.
Tenzij ... er is nog één redmiddel mogelijk.
Wanneer hij binnen tien dagen, ter verheerlijking van Boeddha, een tempel schept, naar het ontwerp zooals het hem wordt voorgelegd, versierd met Boeddha-beelden, galerijen, klokken en bas-relief, dan slechts is vergeving en kwijtschelding van zijn straf mogelijk.
Dan begint Déwa Koesoema zijn reuzen-arbeid met al zijn kunstenaars en werklieden. Wat was voor een vorst van het oude Java onmogelijk? Zelfs niet de bouw van een Boroeboedoer binnen tien dagen. Nog is de hem toegestane tijd niet verstreken, of de tempel verheft zich trotsch rond den top van den heuvel, met zijn beelden, klokken, bas-relief en dagobs.
Zelf-ingenomen voert Déwa Koesoema, als de tijd daar is, zijn priesters en waardigheids-bekleeders door de galerijen en toont hun vol trots zijn werk.
Maar wat is dat?
Waarom verbleekt het gelaat van den vorst en sidderen zijn ledematen en waarom wijken allen vol ontzetting terug? Er ontbreekt één beeld.
De onverzoenlijke kinder-roover heeft dat gestolen om zijn wraak nog vollediger te doen zijn.
Nu is niets meer in staat den ongelukkigen vorst te redden. Weliswaar staat daar de Boroeboedoer klaar, in forsche lijnen zich afteekenend tegen de lucht, een heerlijke schepping en een lust voor de oogen, maar het eene beeld ontbreekt en de opgave der priesters is niet volbracht.
Met vrouw en kind wordt hij ingemetseld, en in den schoonen Mendoet-tempel, dicht bij den Boroeboedoer gelegen, vindt het volksgeloof ze versteend terug in de drie kolossale standbeelden.
In het midden een zeer groot, 14 voet hoog, met den zetel uit één stuk gehouwen, zittend Boeddha-beeld en aan weerszijden een eveneens zittend beeld, 8 voet hoog, voorstellend een Bodhisattwa.
*] zie Du Perron – Verzameld Werk VII, 296-297, 299-300 

Het Indische Leven - 5, 826-827

[Jakarta 5 – Escompto-gebouw] 
[Jakarta 5 – Escompto] 

Op Noordwijk zal den 2den Juni [1924] het nieuwe Escompto-gebouw geopend worden.
Daar de uitbreiding der zaken reeds geruimen tijd vergrooting der kantoren eischte, werd einde 1922 besloten tot den bouw van een eigen kantoorgebouw (op het terrein vroeger geoccupeerd door Het Centrum) over te gaan.
Zoals bekend, werd aan het Architecten- en ingenieursbureau Hulswit – Fermont – Ed. Cuypers opgedragen het plan te maken, terwijl de uitvoering in handen was gegeven van het Ingenieurs-bureau Van den Berg en Groenema.
Volgens het principe der Escompto-bank-gebouwen werd het plan zoo opgezet, dat het publiek in een middenhal komt, waaromheen het personeel wordt gegroepeerd. Deze indeeling wordt algemeen voor banken als de beste erkend, omdat 1e. een goed overzicht ontstaat, zoowel voor het publiek op de verschillende loketten, als voor het personeel; 2e. de best belichte en geventileerde ruimte aan de buitenzijde van het gebouw voor het personeel beschikbaar is; 3e. uit een veiligheids-overweging de ruimte voor het publiek geheel van de buitenwereld is afgesloten; 4e. een uitbreiding van de ruimte voor personeel zonder verdere wijzigingen kan plaats hebben.
De situatie van het gebouw, tegenover Gang Secretarie, bracht mede, dat de bel-étage eenigszins verhoogd gelegd werd, zoodat het gebouw goed boven de verhoogde brug uitkomt en daardoor ontstond het hooge plint, waardoor het karakter van bankgebouw tot uitdrukking komt. Het aanzien wordt verhoogd doordat dit plint geheel werd uitgevoerd in trachiet-natuursteen van de Fa. Bunning te Cheribon.
In het sous-terrain, c.a. 3 M. hoog, werd in het midden van het gebouw, omgeven door controle-gangen, de ruime kluis geplaatst. Als men bedenkt, dat totaal 17 ton van dit ijzer verwerkt wordt, dan geeft dit wel een denkbeeld van de veiligheid tegen inbraak ! […]
Door den hoofdingang komt men aan de voorzijde het eerst in een vestibule, die toegang geeft tot de verschillende afdeelingen: Agent, Boekhouding, Effecten en naar de eigenlijke bankhall.
De entrée, vestibule en bankhall zijn tot op deurhoogte geheel bekleed met ceramiek (verglaasd kunst-aardewerk), in welk materiaal ook de rijk geornamenteerde ventilatieroosters der vestibule zijn uitgevoerd. […]
In de voorgevelramen en de vestibule is gebrandschilderd glas aangebracht, dat met het ceramiek mooie kleureffecten geeft, terwijl voor de overige bovenlichten gewoon glas in lood is toegepast, evenals voor de lichtkap boven de bankhal. […]
In de vestibule is nog een telefoonruimte, ten gerieve van het publiek. Met de Amerikaanse schuifhekken in de entrée kan in een oogwenk het geheele bankgebouw voor het publiek afgesloten worden.
In de bankhall is op de toonbank een bronzen lokethek geplaatst. Dat als afscheiding dient, terwijl toch het overzicht onbelemmerd blijft. […]
Wij vestigen hier de aandacht op de bijzondere constructie. Daar het oorspronkelijk plan met omloopende galerijen om financieele overwegingen niet werd uitgevoerd, en de galerijen bij het smalle terrein ook te veel ruimte zouden eischen, werd het bezwaar van zon-inval en de eisch van een koel gebouw op andere wijze ondervangen.
Bij toepassing van een breede spouwwand (dubbele wand met luchtruimte) werden zeer smalle ramen gemaakt zoodat het invallen der zonnestralen door de diepe vensternis wordt voorkomen en tevens tusschen de ramen in ruimte beschikbaar blijft, die voor wandkasten werd gebruikt. Wij meenen dat deze constructie een practische oplossing geeft voor bouwwerken, waar het maken van galerijen bezwaren heeft, terwijl de kosten belangrijk lager zijn.
Het plafond van de bel-étage is van gewapend beton en is doorgevoerd als groot dak-oversteek

Het Indische Leven - 5-43, 850

[Jakarta 6 – Aneta] 

Op zaterdag 31 Mei j.l. [1924] had onder grote belangstelling te Weltevreden de officieele opening plaats van het Aneta-Radio-station. […] Het toestel, waarmede wordt ontvangen, bestaat uit eene combinatie van drie toestellen der Engelsche Marconi-Maatschappij. […] De groote, dwars over de kali gespannen, Aneta-antenne [liep naar een mast, naast de noordwesthoek van de schouwburg.] […]
Haast nergens ter wereld zal men een, uitsluitend voor de ontvangst ingericht radio-station aantreffen, dat in opzet en uitvoering het Aneta-radio-station evenaart.

Het Indische Leven - 5, 988

[Jakarta 7 – Frombergpark] 

ILW Jakarta 7 Koningsplein Fromberg park

[1924] De hoek van het Koningsplein-Oost en Noord te Weltevreden werd van een dorre grasvlakte herschapen in een smaakvol park. Door het publiek werd deze kleine lusthof het Juliana-Park geheeten, doch de raadsvergadering van 21 Juli besliste, dat de naam ‘Fromberg-park’ zou zijn, ter nagedachtenis van den onlangs in Holland overleden Mr. Fromberg.

Het Indische Leven - 6, 112

[Jakarta 7 – Pasar Gambir] 

[1924] Pasar Gambir. We geven hier een 10-tal foto’s van den Pasar Gambir en de verschillende genoegens, welke deze bood: Links, van boven naar beneden: Vóór den ingang, één der sea-planes, een jeugdig inlandsch dans-meisje en in den draaimolen. Rechts, van boven naar beneden: Bij avond, de Carnival Show, slangen-bezweerders en de vruchten-tentoonstelling. In het midden: De ingangs-poort van ter zijde en de Amstel-vatbier-bar.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Amstel vatbier bar

Het Indische Leven - 6, 317

[Malang – Lawang]

1924 – Naar wij uit betrouwbaren bron vernamen bestaan er ernstige plannen het traject Porrong – Malang, een der drukste automobielwegen in Oost-Java, gedurende 1925 te asphalteren. De weg Porrong – Lawang is onlangs hersteld en verkeert thans in goede conditie, doch hoelang zal dat duren?
Het traject Lawang – Malang, dat bij B.B. in beheer is, is thans zoo slecht, dat het eenvoudig niet meer berijdbaar genoemd kan worden.

Het Indische Leven - 6, 625

[Jakarta 7 – Hercules] 

[1924] Op den 1en en 2en Kerstdag werd in het Decapark te Weltevreden een wedstrijd gespeeld tussen Hercules (kampioen van Batavia) en H.B.S. (kampioen van Soerabaia) met als uitslag: 1e dag 4 – 1, 2e dag 0 – 2, zoodat Hercules zich den Texaco-beker, uitgeloofd door den Heer G. Galstaun, zag toegewezen.

Het Indische Leven - 6, 926-929, 931

[Malang – Spoorwegstation] 
[Pasuruan – Staatsspoorwegen] 
[Surabaya – Kota] 

Op 6 April 1925 jubileert de dienst der Staatsspoor en tramwegen, de S.S., zooals ze in den volksmond heet.
Want op dien datum is het vijftig jaar geleden, dat het wetsontwerp, waarin voorgesteld werd de begrooting voor 1875 met f 1.000.000.- te verhoogen, ‘ten behoeve van den aanleg voor rekening van den Staat van een spoorweg ter verbinding van Soerabaja, Pasoeroean en Malang en ten behoeve van spoorweg-ondernemingen elders op Java’, tot wet verheven werd.
De totstandkoming der S.S. was vanaf dien datum een feit geworden; aan het eindelooze gedelibereer, welke lijnen het eerst aangelegd zouden worden en wie zich met den aanleg zou belasten, de Staat dan wel een particuliere maatschappij, was een eind gekomen. 6 April 1875 was daarom in de Indische geschiedenis een datum van het aller-hoogste belang. Eenige dagen daarna werd het eerste personeel onder leiding van den gepensionneerden kolonel titulair der genie D. Maarschalk benoemd en gingen de eerste bestellingen uit, terwijl na aankomst van de aanleg-ingenieurs in Indië ook spoedig de eerste spade voor den lijnaanleg in den grond ging.[...]
De aanleg van spoorwegen was in 1875 voor Nederlandsch-Indië, en in engeren zin voor Java geen nieuwtje meer, want in 1862, dus dertien jaar vóór de geboorte der Staatsspoorwegen, was aan eene particuliere, en wel de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij, reeds concessie verleend tot aanleg van haar traject Semarang – Vorstenlanden, met welken aanleg in 1864 aangevangen werd. De N.I.S. bezigde daarvoor eene spoorwijdte van 1.435 M. als veelal in Europa gebruikelijk. De lijn Semarang – Vorstenlanden kwam in 1873 gereed, zoodat op 21 Mei van dat jaar de geheele spoorweg in gebruik genomen werd. De N.I.S.-lijn Batavia – Buitenzorg, met een spoorwijdte van 1.067 M., was in 1873 eveneens gereed gekomen.
Onderwijl bleef de aanleg van spoorwegen door den Staat een punt van studie uitmaken.[...]
Voor Java achtten de leden der [...] Commissie Kool en Henket, welke in 1869 haar rapport over de wenschelijke spoorwijdte uitgebracht, eene smalle spoorwijdte van 1.067 M., onder meer uit een oogpunt van minder kostbaarheid van den aanleg, het meest aanbevelenswaard. [...]
En de voortvarendheid, waarmede de jonge staats-onderneming begonnen werd, was wel voor het allergrootste deel te danken aan de gelukkige keuze door den toenmaligen Minister van Koloniën in de persoon van den leider der aanleg- en openings-werkzaamheden, den oud-kolonel titulair der genie David Maarschalk gedaan. Dat de heer Maarschalk wel de ‘right man in the right place’ was, blijkt uit de feiten, dat door hem in 1853 reeds voor eene levens-verzekering-maatschappij een project voor eene spoorlijn Batavia – Buitenzorg was opgemaakt, dat hij reeds aanvrager was geweest voor eene concessie der aan te leggen lijn en dat hij gedurende eenige jaren het presidium van het Comité van Bestuur der jonge Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij had gevoerd en bovendien een groot deel van den aanleg Semarang – Vorstenlanden – Willem I en van dien van Batavia – Buitenzorg uitgevoerd had.
De keuze van minister van Goltstein was dus wel gevallen op een, die geheel ‘au fait’ was!
Den Heer Maarschalk werden inzake den aanleg de handen bijna geheel vrij gelaten. De nieuwe dienst werd wel ondergebracht bij het Departement van Burgerlijke Openbare Werken, maar de ‘hoofdingenieur, Chef van den dienst der Staatsspoorwegen op Java’, gelijk Maarschalk’s officieelen titel luidde, was vrijwel geheel zelfstandig en door weinig knellende banden aan B.O.W.- departement gebonden.[...]
Op den 16en Mei 1878 werd de lijn tot Pasoeroean door den toenmaligen Gouverneur-Generaal Van Lansberge op feestelijke wijze geopend en iets meer dan een jaar daarna, op 29 Juli 1879, was de geheele lijn voltooid, binnen den gestelden tijd, terwijl de aanlegkosten een half millioen gulden onder de raming waren gebleven. Particuliere gegadigden voor de exploitatie der lijn kwamen niet opdagen, en dus nam de Staat die zelf ter hand; op Staats-aanleg volgde automatisch Staats-exploitatie.
Tijdens den aanleg had ook de opname voor verdere lijnen niet stilgelegen: onder de hand door was het traject Batavia – Priok opgemeten en de lijnen Buitenzorg – Bandoeng – Tjitjalengka en Sidhoardjo – Solo met zijtak Kertosono – Blitar in volledig voor-ontwerp gebracht.
En Maarschalk ging in cresendo voort. Met den aanleg van nieuwe lijnen werd doorgegaan en nieuwe verbindingen voorbereid, zoodat hij, toen hij in November 1880 met pensioen vertrok, zijn opvolger een wel georganiseerden dienst kon overgeven!
In West-Java was de aanleg Buitenzorg – Bandoeng – Tjitjalengka en in Oost-Java Sidhoardjo – Madioen in vollen gang. En Maarschalk kon zijn taak met volle gerustheid overdragen aan zijn opvolger, den Inspecteur-Generaal H.G. Derx, ex-genie-officier als hij en door hem opgeleid.
Doch toen braken donkere dagen voor de S.S. aan. De Atjeh-oorlog verslond millioenen, en de koffie-bladziekte decimeerde de baten, met de Gouvernements-koffiecultuur behaald. Fondsen voor verderen aanleg ontbraken dientengevolge, alleen tot den aanleg van de lijn Pasoeroean – Probolinggo werd overgegaan.

Het Indische Leven - 6, 931-932

[Jakarta 7 – Station] 
[Surabaya 2 – Pasar Turi] 

Batavia – Buitenzorg en Tjikampek – Cheribon ontbraken nog aan het staatsnet in het Westen, de aankoop der eerste lijn van de N.I.S. was meerdere malen door Kamer-vota verworpen, dan wel de onderhandelingen afgesprongen.
Maar eindelijk, in 1913, ging het lijngedeelte Batavia – Buitenzorg door aankoop van de N.I.S. in handen der S.S. over, een jaar tevoren, in Juni 1912, werd de lijn Tjikampak – Cheribon voor het publiek verkeer geopend en het doorgaand verkeer tusschen Batavia en Soerabaia over deze nieuwe lijn geleid. […]
Toen Tjikampek – Cheribon gereed was, wenschte de Heer Van Stipriaan Luïscius, de toenmalige Hoofdinspecteur der Staatsspoorwegen, die lijn dienstbaar te maken aan het snelverkeer tusschen Batavia en Soerabaia, de z.g. één-daagsche verbinding tusschen deze beide grootste kustplaatsen van Java. De lijn Cheribon – Kroja was als verlenging der Tjikampek – Cheribon-lijn daartoe logisch aangewezen en de wetgever gaf tot den aanleg daarvan na langen strijd einde 1912 zijne toestemming.
1 Januari 1917 kwam Cheribon – Kroja gereed, maar toen was de verwezenlijking van het één-daagsche idee wegens het nijpend gebrek aan machines tengevolge van den [1ste] wereldoorlog voorloopig althans eene onmogelijkheid geworden.
En toen dit bezwaar na het einde van den oorlog niet meer gold, was inmiddels de algemeene malaise ingetreden en het vervoer aanmerkelijk minder geworden, terwijl zuinigheids-overwegingen, uit den nood der tijden geboren, tot uitstel der zoo gewenschte 1-daagsche snelverbinding noopten. Uitstel, doch geen afstel, want het is niet onmogelijk dat door gedeeltelijke combinatie der huidige exprestreinen Weltevreden – Djocja v.v. en Bandoeng – Soerabaja v.v. in plaats van door opvoering der snelheden, het vraagstuk der één-daagsche tegen 1 Januari 1926 op zelfs bezuinigende wijze alsnog opgelost zal worden.

Het Indische Leven - 6, 933

[Bandung – Staatsspoorwegen]

De zetel van het Hoofdbureau der Staatsspoor- en tramwegen is Bandoeng. In den loop van 1923 en 1924 werd het van Batavia daarheen overgebracht. In 1907 kwam de Dienst der Staatsspoor- en tramwegen van het Departement van B.O.W. te ressortereeren onder het toen opgerichte Departement van Gouvernementsbedrijven en bleef daaronder tot op den huidigen dag.

Het Indische Leven - 6, 938-939

[Bandung – SS restauratiebedrijf]

Hoe men in die pro-restauratie-periode tijdens de beide reisdagen het middagmaal gebruikte?
Wat de Westerlijnen betreft, men passeerde tegen ongeveer een uur Bandoeng en daar was de zorg voor de middag-tafel opgedragen aan den eigenaar van het hotel 'Phoenix', tegenover het spoorstation gelegen en momenteel [1925] nog in bedrijf. De heer Sprew [...] deed tijdens het oponthoud [...] welvoorziene etensdragers in de rijtuigen distribueren aan wie zich daarvoor bij den trein-controleur opgegeven had. Hij ontving van dien in den loop van den morgen een telegram, naar ik meen vanuit Soekaboemi, en zorgde dan, dat het aantal middagmalen, rijst- dan wel Europeesche tafel bij het stil houden van den trein te Bandoeng, present was.
En dan lunchten de reizigers, zoo goed en zoo kwaad het ging, in den schokkenden en slingerenden sneltrein, de etensdragers vóór zich op den grond dan wel op de bank naast zich. Want de practische klaptafeltjes van het heden bestonden in de personen-rijtuigen uit dien prae-historischen tijd nog niet!
In de etensdragers was een couvert, mes, lepel en vork voor de middagmalen aanwezig en te Tjitjalengka werden de ledige etensdragers weer ingenomen om met den het eerst daar passeerenden trein uit de richting Maos weer naar Bandoeng terug te gaan. Te begrijpen is, dat tijdens dat traject van nog geen half uur sporensaan-gegeten moest worden, ten einde te Tjitjalengka gereed te wezen. [...]
Het eerste restauratierijtuig werd in 1906 aan de formatie van den sneltrein Weltevreden – Maos – Soerabaja toegevoegd en was een groote verbetering.
Gedurende de eerst jaren werd echter nog niet tot exploitatie in eigen beheer overgegaan, maar werd die exploitatie verpacht, en wel wat betreft de Oosterlijnen aan de Firma Tio Siek Giok te Soerabaja en wat de Westerlijnen aan de Firma Loa Po Seng te Weltevreden. De ervaringen, welke met die verpachting opgedaan werden, waren evenwel van dien aard, dat besloten werd over te gaan tot eigen beheer door middel van een restauratie-bedrijf.
Dit geschiedde in Mei 1912 voor de Westerlijnen, terwijl na afloop van het pachtcontract in 1916 ook de Oosterlijnen in eigen beheer kwamen. Voornamelijk de geringe zekerheid, dat alleen consumptie-artikelen van goede qualiteit door de pachters werden verkocht, droeg het hare ertoe bij dat men tot dien stap overging. Mede was dan de gelegenheid geschapen de bediening, waarover de klachten tijdens de pachtperiode legio geweest waren, zoo volmaakt mogelijk te doen zijn. [...]
Nu wat de consumptie zelve betreft.
Op het oogenblik is men daarmee zoover, dat behalve de van ouds bekende 'nasi goreng' en gebakken aardappelen met biefstuk en groenten ook volgens een menu kan worden besteld, hetwelk bestaat uit soep van den dag, de keuze uit twee soorten vleesch, ham of zalm, op drie manieren toebereide aardappelen en zes soorten groenten, daarna fruit en koffie.
Behalve verschillende verfrisschende dranken, worden ook verkrijgbaar gesteld eene groote verscheidenheid van versnaperingen en rookbenoodigdheden. [...]
Wij willen het culinaire deel van dit opstel niet beëindigen, alvorens vermeld te hebben, dat in 1918, waarschijnlijk in verband met en vooruitloopende op de drooglegging der Vereenigde Staten, een verbod tot het schenken van whisky in de restauratiewagens uitgevaardigd werd, waartegenover echter de kans bestaat, dat binnenkort een welgeslaagde 'bowl' verkrijgbaar zal worden gesteld. Niet 'soft' evenwel ...

Het Indische Leven - 6, 1016

[Jakarta 4 – Tramway] 

Op den 29sten Juli j.l. derailleerde vlak voor toko “Eigen Hulp” te Weltevreden onze onvolprezen stoomtram.
ILW Jakarta 4 Molenvliet stoomtram

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Effectenbeurs

Het Indische Leven - 6, 1349

[Jakarta 2 – Effectenbeurs] 

J.l. Zaterdag, 25 Juli [1925], herdacht de ‘Handelsvereeniging te Batavia’ haar 75-jarig bestaan. Daar op dien dag tevens de nieuwe lokaliteit aan de Binnen Nieuwpoortstraat in gebruik werden genomen, plaatsen we […] een aardig interieur-kiek van het nieuwe Vereenigings-gebouw.

Het Indische Leven - 6, 1384

[Jakarta 4 – Bijgebouwen] 

[1920]De voorgevel van Klerk’s paleis, thans aan den Molenvliet gelegen, vormde echter vroeger den achtergevel; de voorzijde was destijds der Kroekoet-rivier toegekeerd.

Het Indische Leven - 7, 1148

[Jakarta 5 – Wilhelminapark] 

[1925] Het Wilhelmina-park […] werd aangelegd op de plaats waar enkele jaren geleden de wildernis, je reinste rimboe, zich nog uitstrekte tot aan de vestinggracht. Daar, op de plaats van gracht en buiten-wallen, werd door den hardwerkenden gemeentelijken dienst der plantsoenen een keurig park van 9 H.A. groot aangelegd. Alleen de wegen moeten nog gewalst worden en dan is deze gemeentelijke ‘long’ de moeite van een rondwandeling zeker waard.

Het Indische Leven - 7-9, 1096

[Semarang 3 – Kamp] 

ILW Semarang 3 Autorit Semarang 3 kampWanneer we hier een serie foto’s plaatsen van misschien wel den meest populairen man van Ned.-Indië, Pa van der Steur, en van de Inrichting te Magelang, waar hij aan zijn ruim 800 kinderen een goede, eenvoudige, godsvruchtige opvoeding geeft, dan kunnen we daar geen beter bijschrift bij plaatsen, dan een kleine variant op Vondels gedichtje, boven de oude Burger weeshuis-poort aan de Amsterdamsche Kalverstraat.
Wij groeien vast in tal en last, / Men hoort ons Vader klagen,
Ay, ga niet voort door deze poort, / Of help een luttel dragen !
1.De groote kinder-vriend Pa van der Steur; 2. De eetzaal; 3. De slaap-zaal voor de kleintjes; 4. Een der werkplaatsen; 5. De linnen-afdeeling.

Het Indische Leven - 7, 1169

[Semarang – Regentswoning] 

[1925] De plechtige opening der Staten-Generaal op den derden Dinsdag in September trekt nog ieder jaar duizenden menschen uit de provincie naar de residentie toe. [...] Het is een feest van kleuren, van rood en goud en hemelsblauw tot aan het pauselijk purper toe, maar de jaren dat wij de openingsplechtigheid bijwoonden, ontbrak het brons van de tropen. [...] In Engeland heeft men dat beter georganiseerd; daar zitten Indische prinsen en radja’s, in ’t moederland aanwezig, in de onmiddellijke nabijheid van den vorst bij plechtige gelegenheden, welke, als deze openingsplechtigheid, héél het rijk raken om zoo te zeggen. Het is uit een staatkundig [...] oogpunt betreurenswaard. [...] Te drommel, onze vorstin is toch ook Keizerin van Insulinde! [...]
Maar ditmaal, op den jongsten derden Dinsdag in September was er dan toch wel iets ‘tropisch’. Het baarde eenig opzien in de zaal vol gouden uniformen toen daar rustig binnenschrijden kwam, rustig en vol gratie als alleen den Oosterling eigen is, de regent van Semarang, die zijn mooiste sarong, vermoeden we, had aangetrokken. En naast hem, klein maar gracieus als een sprookjesprinses, ging de raden ajoe. Ze namen plaats op de stoelen in de rij der leden van den Raad van State en mr. Koster, ook in vol ornaat, de secretaris-generaal van het Departement van Koloniën, nam achter hen plaats en bracht beiden van het ceremonieel der plechtigheid op de hoogte. [...]
Wij hebben ons verheugd over deze ‘Oostersche kleur’ in het schilderij van dit historisch tafereel. Maar het hinderde ons, dat zoo weinig hooge figuren, in de ridderzaal aanwezig, notitie van den regent en den raden ajoe namen. Behalve dr. Koster – ambtshalve waarschijnlijk – onderhielden zich slechts zeer enkele autoriteiten met den regent. Er was hier een gelegenheid geweest ‘aan den voet van Hare Majesteit’s troon’ te tonen dat in het verre Oosten blank en bruin elkaar hartelijk waardeeren. [...]
Want elk mot-gaatje in het koninklijk staatsie-kleed wordt aanleiding in dezen democratischen tijd voor gevaarlijke commentaren.

Het Indische Leven - 7, 1266

[Jakarta 5 – Johannes Kuyt] 

De firma Oger Frères, Rijswijkstraat, Weltevreden, viert op 28 November [1925] haar honderdjarig jubileum. […]
Ruim een eeuw geleden woonden in Batavia veel kleermakers en verkoopers van gemaakte heerenkleedingstukken. Ten tijde van de Oost-Indische Compagnie betrok men meestal gemaakte goederen uit de Republiek, die als ze niet pasten door een slaaf of een soldaat-kleermaker werden vermaakt.
Vooral in het begin van de negentiende eeuw kwam te Batavia het kleermakersvak op. De meest bekende ‘taylor’ in den Engelschen tijd was de liefhebberij-tooneelspeler Pierre Paul Piolle, een Franschman, die ‘op den hoek van Gang Petjanongan en Noordwijk’ zijn zaak jaren lang dreef. Op 13 Maart 1827 nam Pieter Frölecke de firma Piolle over, maar reeds op 8 Mei van dat jaar overleed hij in het Hospitaal. Zoo verdween een beroemde firma.
De zaken van collega’s uit den Engelschen tijd, als J.G. Bruins in de ‘Teawaterstreet’, J.C. Klaus in de Nieuwpoortstraat […] e.a. verdwenen ook na kortere of langere tijd.
Concurrentie bleef bestaan van de ‘negotiehuizen’, als J.F. Arnold, dat nog in 1825 ‘extra fijn en welgemaakte zwarte en blaauwe lakensche rokken benevens fijn merinos in differente kleuren’ aanbood of de winkel van C. Tisper, over de Roomsche Kerk, die met allerlei dranken en eetwaren, ‘gemaakte en ongemaakte kleederen’ adverteerde, evenals het importhuis van de Gebroeders Beynon zoo nu en dan ook ‘gemaakte rokken’ in voorraad had.
Van de kleermakers-winkels maakte men nog niet veel werk. Zoo woonde bovengenoemde Frölecke, voor hij in Piolle’s zaak trok, samen met den goudsmid Pons ‘schuins over de Harmonie in het gewezen huis van heer Pahud’; anderen, als Kallenberger, Hindermeijer en Meunier, hadden hun zaken bij andere winkeliers of logieshouders.
In het weer oplevend en zich uitbreidend Batavia waren op Noordwijk en Rijswijk winkelbuurten ontstaan tusschen statige huizen met groote erven. Zoo kwam de ‘Fransche Buurt’ tegenover de nog jonge Societeit Harmonie, toen er vele Fransche winkeliers zaken openden.
Op Noordwijk vestigde zich in 1825 een jonge kleermaker, Johannes Kuyt uit Zutphen, die, later in samenwerking met den Parijzenaar Pierre Oger, zijn zaak een levenskracht zou geven, waardoor alle concurreerende firma’s in duur zouden worden overtroffen. Beide mannen stichtten de firma, die door geheel Indië bekend werd. […] Onder de duizenden, die zich door Oger Frères in den loop van honderd jaar lieten aankleden, behoorden ook Multatuli.

Het Indische Leven - 7, 1431

[Surabaya 2 – Kerkhof] 

ILW Surabaya 2 Boeboetan Ketabang Toendjoengan WeynschenkOm den lezers eenig denkbeeld te geven van wat op het gebied van grafmonumenten-architectuur hier in Indië kan worden vervaardigd, plaatsen wij hierboven een foto van het kapitale grafmonument, dat dezer dagen op het Eurpeesch kerkhof te Soerabaia gereed gekomen is op het graf van wijlen Mevrouw Weynschenk.
Het werk is afkomstig van de welbekende firma Ai Marmi Italiani (de Heer G. Racina) te Soerabaia. Het gebeurt maar hoogst zelden, dat wij in de gelegenheid zijn dergelijk geacheveerd en door-en-door artistiek werk in oogenschouw te nemen. Daarom bieden wij onzen lezers een korte beschrijving van dit grafmonument hierbij aan.
Het geheele monument is opgetrokken uit Italiaans wit marmer; het dak wordt gedragen door een viertal wit marmeren zuilen; alles hoogst artistiek, met kunstzinnig en expressief lijnenverloop. De beide sarcophagen zijn geheel massief; in het midden van het kelder-bovenvlak en een weinig op het achterplan verheft zich een indrukwekkend beeld, vervaardigd uit een witte marmersoort en voorstellende
een treurende vrouwenfiguur op natuurlijke grootte, met een tuil bloemen in de rechterhand en bloemen op het gewaad, dat in sierlijke plooien neerhangt. Dit beeld rust op een basement, geheel massief met een tweetal treden van zeer dik wit marmer. Het beeld heeft een hoogte van 1.60 M., terwijl het geheel, gerekend van den top tot aan den onderkant van het voetstuk, 2.10 M. meet. De artistieke conceptie en de minutieus verzorgde afwerking van deze beeltenis vallen ten zeerste op. Het beeld is ‘en haut relief’; vóór dit beeld, tusschen de beiden sarcophagen in, is een artistiek bewerkte wit marmeren krans aangebracht, terwijl aan den rechterkant terzijde van de vrouwenfiguur en meer naar achter zich een vaas van wit marmer bevindt met aan beide zijden ieder een wit marmeren engeltje, rustende op het linker- en rechter-oor van de vaas.
Het is een kunstvolle proeve van graf-architectuur, het Campo Santo van Genua waardig. Een fraaier en gesoigneerder uitgevoerd monument zagen wij hier te lande bijna nimmer.

Het Indische Leven - 7, 1457

[Jakarta 2 – Gouverneurskantoor] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Gouverneurskantoor 02Vrijdag 15 Januari [1926] had in het Stadhuis te Batavia de eerste zitting plaats van den Provincialen Raad, nadat de Gouverneur-Generaal in het Volksraads-gebouw de installatie-rede had uitgesproken.

Onze foto geeft de vergaderzaal in het historische Stadhuis van Batavia met Gouverneur Hillen op den voorzitterszetel.

Het Indische Leven - 7, 1473

[Jakarta 7 – Pasar Gambir] 

[1925] Een serie aardige foto’s van den Pasar-Gambir: 1. Een overzichts-foto van het terrein, genomen vanaf den uitkijk-toren. 2 en 4. Twee pracht-exemplaren van de op Zondag 30 Augustus j.l. gehouden honden-tentoonstelling. 3. “Lorre”; 4. Bij avond in het groote restaurant.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Pasar Gambir serie

Het Indische Leven - 7, 1495 

[Jakarta 7 – K.P.M.] 

[1925] Het kantoorgebouw van de K.P.M. is een zeer groot gebouw met vertikale lijnen die op het naar boven gaan dezer maatschappij duidelijk wijzen. Ook doen de twee groote klokken in de torens gelooven dat alles correct op tijd gebeurt en logenstraffen expres het “Kom Pas Morgen”; het is een reusachtig gebouw! Een voorbijganger, die mijn verbazing zag en mijn uiterlijk van den “man van buiten”, vertelde mij dat de zaak zoo geweldig was dat de boekhouders met een motorfiets van "debet naar credit” reden.
“Ja het gaat hier wel groot toe in Batavia!”

Het Indische Leven - 7, 1793

[Bandung – Homann]

ILW-Hotel-Homann

Zaterdag 3 April j.l. [1926] had de opening onder de nieuwe directie plaats van Hotel Homann te Bandoeng. Het terras dat iets nieuws is voor Bandoeng viel zeer in de smaak; ook de muziek oogstte veel succes. Er waren veel bloemen.

Het Indische Leven - 7, 2010

[Jakarta 1 – Het Nieuws van de Dag] 

In Januari van dit jaar [1926] werd begonnen met de afbraak van het oude, welbekende gebouw van ‘Het Nieuws v.d. Dag v. N. I.’ aan de Kali Besar West, en tezelfder tijd begon het nieuwe gebouw op de zelfde plaats te verrijzen, terwijl het dagbladbedrijf ongestoord voortgaat.

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Nieuws van de Dag 01

De eene vleugel is reeds nieuw, de andere nog oud.

De groote foto stelt voor een typisch moment biij de bouwerij, n.l. ‘slametan-kap’ voor een deel van het bouwpersoneel, toen de eerste dakspant was geplaatst.

Zaterdag 18 Juni [1927] werd het nieuwe, imposante gebouw van ‘Het Nieuws van den Dag’ onder veel belangstelling officieel geopend.

ILW Jakarta 1 Havenkanaal Nieuws van de Dag 02

Het Indische Leven - 8, 388

[Jakarta 7 – Paarden] 

[1926] Op de tribune zaten slechts enkele vroegkomers. De muziek “stemde”, welke marteling altijd heel lang schijnt te moeten duren.
In de met bloemen versierde loge van den Gouverneur-Generaal waren ook reeds aanwezigen, die met spanning den “Hoogste in den Lande”, verbeidden. Ik hoorde intusschen dat Zijne Excellentie eerst om 9 uur zou arriveren en had wel wat kassian met de armen, die daar op zijn Paasch-best stonden te wachten.
Allengs kwamen de leden der B.B.W.S. [Batavia Buitenzorg Wedloop Sociëteit] binnendruppelen. De personen die met de “regeling”, zooals men dat noemt, wat te maken hadden, liepen reeds ijverig heen en weer en de “tale Albion’s” was ook nu weer sterk overheerschend.
Daar schetterde het eerste “geeft acht” signaal en weldra kwamen brieschend, met luchtig getrappel van slanke doch gespierde achterbenen, de renners het veld op.
De muziek zette een marsch in, waarbij fluitsoli van het soort, dat men bij een spannende film wel eens bewonderen kan, sterk domineerde. Dan de eerste start. En zooals gewoonlijk won van de drie slanke dieren, de vlugste.
Het werd drukker. De tribune vulde zich enigszins en er begon teekening te komen in de donkergroene parade alleé voor de tribune. Er was tactisch en ontactisch toilet gemaakt. Niet altijd combineerde de stof met de “lijnen” en strenge en spottende critiek zag men in bijna elk damesoog, zelfs in dat van de becritiseerde.
Intusschen begonnen donkere wolken zich boven ons samen te pakken en vielen de eerste druppels. Een gehandschoend mandoer nam ijlings den looper op. Eindelijk het signaal van aankomst van den Gouverneur-Generaal en even later reed de limousine van Zijne Excellentie voor de tribune. In een zeer wereldsch toilet, met den bekenden Derby-hoed, leverkleurige souspieds, binocle en bandoulière, verscheen de Gouverneur. Boven hem hield de mandoer een ordinaire papieren pajong die aan het decorum een geweldige afbreuk deed. De tonen van het Wilhelmus vonden accompagnement in den nu neersuizenden regen.
Even later werden de hemelsluizen weder gesloten. De 4e race zou een aanvang nemen. Een veld van 10 paarden volgens het programma, waarvan de minste race vier paarden voor den start moest brengen. Tot een walk-over kwam het gelukkig niet. Daar kwamen vijf paarden voor het lint. Een goede start en de dieren vlogen over de gladde baan. Een schimmeltje schoot vele lengten vooruit en hield de leiding met een viertal paardenlengten tot het gladde veld een woordje begon mede te spreken en ruiter en paard een geweldige salto mortale maakten. Emotie, kreten van teleurstelling en schrik.
Daar kwam het schimmeltje reeds aandraven en ver achter hem de jockey, die nog nooit zoo langzaam het baantraject gemaakt had.
De eigenaar van het nu “winnende” paard voerde zijn rossinant trotsch voor de tribune en had zelfs applaus in ontvangst te nemen. Ach schimmeltje! Dacht ik, zoo gaat het meer in de wereld. Degene, die de spits afbijten komen er gewoonlijk het beroerdste af.
Na nog eenige races ondergaan te hebben, scheen de Gouverneur-Generaal het welletjes te vinden en allercharmantst groetend (daarvan heeft Z.E.’s gemalin en drie dochters ontegenzeggelijk het patent) verlieten de hoge gasten de tribune.
Naast mij hoorde ik een dame beweren dat de dochters van den Gouv.-Generaal wel wat erg eenvoudig gekleed waren. Ik nam de spreekster even op en ja, ik moest toegeven dat met zoo’n uiterlijk er veel, zeer veel toilet toe nodig was om de onvriendelijke gaven van moeder Natuur te maskeeren. “Dat wat U noodig heeft, kan de jeugd misschien mevrouwtje”, dacht ik.
Het werd bepaald broeisch op de tribune en druk werd dan ook “geparadeerd”. Toch was er niet zoo’n levendige stemming als bij de vorige races en van knallende champagnekurken was weinig of niets te vernemen. Zelfs de winnaars van fatsoenlijke “potten” bleven plombière of zij moesten hun krachten sparen voor de napret.
’t Was één uur toen de races, die een vlot verloop hadden, eindigden. De eerste dag van de najaarsraces was voorbij ...

Het Indische Leven - 8, 411-412

[Bandung 2 – Lichamelijke Opvoeding] 

[December 1926] Zaterdag j.l. woonden wij den laatsten dag van de te Bandoeng gehouden schoolwedstrijden om den Gouverneur-Generaal beker bij. Het weer was schitterend en het zonnetje stak alsof het Weltevreden bescheen. Naar schatting een paar duizend kinderen waren op het terrein van den Bond voor lichamelijke opvoeding, gelegen voor het Jaarbeurs-gebouw, aanwezig. Een aardig gezicht al die witte blouses en blauwe broeken of rokjes, die daar in lange rijen in het felle zonnetje stonden te wachten op de komst van den Gouverneur-Generaal. Ongeveer kwart over tien kwam de Landvoogd, die met een extra trein van Weltevreden was gekomen, vergezeld door Mevrouw de Graaff en drie dochters, op het terrein aan. Op de versierde tribune werd Z.E. door eenige autoriteiten en kopstukken uit de Bandoengsche planterswereld w.o. de bekende heer Bosscha, ontvangen.
Een ogenblik later vingen de kinderen onder leiding van den heer Leonards hunne gymnastische demonstraties aan. De door een scheepsroeper gegeven commando’s kon men over het geheele veld hooren en wij kunnen niet anders zeggen dan dat hetgeen te zien werd gegeven ‘af’ was en van ernstige voorbereiding getuigde. Herhaaldelijk klonk dan ook applaus van het talrijk opgekomen publiek.
Nadat alle kinderen voorbij de Landvoogdelijke tribune gedefileerd hadden, hielden de leerlingen der bestuursscholen van Blitar, Bandoeng en Poerworedjo een estafette loop over 4 x 100 M. Er werd snel geloopen en handig overgegeven. Bandoeng werd met 48 4/5 seconde eerste vóór Poerworedjo. Echter de behaalde punten op de vorige dagen deed Blitar den eersten prijs verdienen.
In den estafette loop over 1500 meter won Blitar in 3 min. 10 2/5 sec. gevolgd door Bandoeng in 3 min. 11 1/5 sec. en Poerworedjo in 3 min. 20 sec. Daarmede werd Blitar ook in dezen strijd eerste. Intusschen gaf de all-round athleet de heer de Keyzer, oud kampioen Nederland in speer- en discuswerpen, eenige demonstraties, die welverdiend applaus ontlokten.
Na afloop der wedstrijden moesten twaalf deelnemers van iedere school voor de tribune aantreden. De Directeur van Onderwijs, de heer Harderman hield vervolgens een speech, waarbij hij het ontstaan dezer wedstrijden en het doel daarvan schetste. Staande ‘onderging’ de Gouverneur-Generaal de toespraak, waarop de prijsuitdeeling volgde. Door Mevrouw de Graeff werd aan den aanvoerder van de Blitar Osvianen de G.G. beker uitgereikt.
De wisselgong werd door de Kweekschool te Djocja gewonnen en door Mevrouw Hardeman uitgereikt. De normaalschool te Blitar kreeg een fraai beeld. De H.K.S. van Bandoeng zag haar prestaties beloond met een zilveren medaille. Een zilveren schild, uitgeloofd door het Bureau voor Volkslectuur werd geschonken aan Kang Beng Hoat, een leerling der Hollandsch Chineesche kweekschool, die persoonlijk de beste was gebleken. [...] Vervolgens reikten de freules de Graeff nog eenige medailles uit, werd er, hoe kan het anders, nog een en ander betoogd en hoe mooi het was en hoe gelukkig men het vond dat te kunnen verkondigen, en de eindwedstrijden om de G.G. beker waren daarmede afgeloopen.
Na het geven van ontelbare handjes vertrok onder de tonen van het Wilhelmus, de Gouverneur-Generaal weer naar Weltevreden, waar de trein om 4 uur arriveerde. Een vermoeiende dag voor Zijne Excellentie, die hiermede duidelijk blijk heeft gegeven iets voor de Sport over te hebben.

Het Indische Leven - 8, 489

[Jakarta 1 – Stadsherberg] 

Het debarkement vond toen [1879] nog plaats ter reede van Batavia en werd aan de oude stadsherberg tegenover Passar Ikan (nu [1926] bewoond door Japansche visschers) de traditioneele halve flesch wijn en een pond brood aan de troepen verstrekt. Slechts weinigen zullen zich dat nog herinneren of medegemaakt hebben.

Het Indische Leven - 8, 945

[Jakarta 5 – Spoorwegovergang] 

Zondag 1 Mei [1927] werd op de stamlijn Manggarai – Koningsplein – Noordwijk – Batavia Noord, de electrische treindienst ingevoerd, waarmede de electrificatie van de ceintuurbaan der hoofdstad is voltooid.

Het Indische Leven - 8, 946

[Jakarta 7 – CAS] 

ILW Jakarta 7 Koningsplein Sportfeest der Carpentier Alting Stichting

[7 Mei 1927] Het jaarlijksch Sportfeest der Carpentier-Alting-Stichting.
Op Woensdag j.l. werden op het terrein van deze school sportfeesten gegeven. Boven v.l.n.r.: 1 en 3. Korfbal-moment, waarbij de bal juist in de mand verdwijnt; 2. Nummer touwtrekken tusschen groepen bestaande uit jongens en meisjes. In het midden: Groepje belangstellende leeraren en leeraressen. Beneden v.l.n.r.: Touwtrekken voor leeraren en leeraressen. De belangstelling hiervoor was groot van de zijde der jeugd, zoodat het onze fotograaf niet mocht gelukken beide partijen op de gevoelige plaat vast te leggen. Aangezien de leeraren hier het ‘l’honneur aux dames’ lieten gelden, won dus de damespartij:; Spelmoment uit een korfbal-wedstrijd; Ook de jeugd toonde veel belangstelling.

Het Indische Leven - 8, 973

[Jakarta 7 – Paarden] 

ILW Jakarta 7 Koningsplein Voorjaarsraces BV.B.W.S.

[1927] De Voorjaarsraces der BV.B.W.S. op 7 en 8 Mei j.l.
1.Ontoseno, winnaar van den Kali-Besarprijs I; 2. De finish of wel schimmenspel, wanneer de camera maar 1/200 seconde haalt; 3. Niwotokawotjo (vrij vertaald: “breek je tong niet”), winnaar van den Kali-Besarprijs II; 4. Een aardig groepje voor de tribune. In het midden de bekende amazone Mejuffrouw Stennekes; 5. Papegaai, winnaar van den Koningspleinprijs; 6. De eerste keer gaf een valsche start; 7. Polyarch, winnaar van den Djocjaprijs; 8. De schraal bevolkte tribune; 9. De tweede keer ging het starten beter.

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein bankpapier 5

Het Indische Leven - 8, 1101

[Jakarta 2 – Binnenhospitaal] 

[1927] Sinds eenige dagen zijn door de Javasche Bank nieuwe bankbiljetten van 5, 10 en 25 gld. in circulatie gebracht, welke onze Lezers hierboven gereproduceerd vinden. Binnenkort zullen ook de overige soorten bankpapier vernieuwd worden, behalve de biljetten van 20, 30 en 40 gld.

[NB. De afbeelding van J.P.Coen op het biljet van 10 en van 25 gulden.]

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein bankpapier 25

 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein bankpapier 10

Het Indische Leven - 8, 1149

[Bandung 2 – Jaarbeursgebouw] 

[1927] De Jaarbeurs te Bandoeng.

ILW Bandung 2 15de Bat Jaarbeurs Jaarbeurs 1927 2

1. Op het terras van het Jaarbeurs-Restaurant, na afloop van de officieele opening; 2. De stand in het hoofdgebouw van Bakkerij Valkenet te Bandoeng; 3-4. De trein met restauratie-wagen, welke door de S.S. links van het hoofdgebouw is opgesteld; 5. De stand van de Kock, Sparkes & Co., Bandoeng; 6. De kiosk van Lee Cheong, Weltevreden.

Het Indische Leven - 9, 90-91

[Jakarta 7 – Pasar Gambir] 

Als de Gemeente Batavia biertonnen gaat plaatsen midden op de wegen langs ’t Koningsplein – als de taxichauffeurs nòg onbeschofter worden, en nòg meer geld gaan vragen voor hun levensgevaarlijke krankzinnigheden achter het stuur – als er nòg meer gestolen wordt bij je thuis dan gewoonlijk – dàn is elke Bataviaan er zeker van dat de Pasar Gambir geopend is.
De atap-geldzuiger staat weer op zijn plaats, verleidelijk knipperend met zijn duizenden flikkeroogjes – de ambtenaren van de vermakelijkheidsbelasting zuchten en zwoegen, en in dichte drommen trekken de altijd arme belastingbetalers er naar toe om geheel vrijwillig hunne uitgaven flink te vermeerderen, hun longen flink te verontreinigen, hun humeur een beetje te bederven en om toch vooral niet uit te rusten van de vermoeienissen van den dag.
De Pasar Gambir bestaat uit een vernuftige en smaakvolle samenstelling van bamboe, atap, gloeilampjes en reclamedoeken, en uit een comité.
Wanneer de voorzitter daarvan – de burgervader – in heel veel woorden heeft gezegd wat iedereen denkt n.l. “Ik ben blij dat we zoover zijn”, dan is de Pasar Gambir geopend – gaat het comité achter de muziek aanloopen en laat zich boven het hoofdgebouw eenige koude aanmeten.
De hekken gaan van den dam, en het publiek begint òp te dringen als bij een bedeeling. De geldpompen werken en slikken de zuurverdiende penningskens van den zwoegenden Europeaan even gretig als die van den nijveren!! Inlander.
De Pasar Gambir oefent een geweldige aantrekkingskracht uit op het publiek, alles stroomt er heen, en dwarrelt er door elkaar – Volksraadleden, ambtenaren, kantoorheertjes en p.p.’s en B.B.’s Hoofden van departementen, soldaten met en zonder houding of vaderlandsliefde, baboe’s en oolijke stuurlieden die in “de goede richting” zijn – hier en daar een zakkenroller – kortom, het is een echt volksfeest, waarop de dames hare taschjes verliezen en hare sjaals vergeten – de heeren elkaars hoed opzetten en volgepropt worden met proefpakketten (gratis!) van Sunlight Soap, Twink–Lux–nieuw bakmeel en puik grafiet–schoenglans, enz. enz. Een goede kennis van me moest staande gevoederd worden met een echte wafel omdat hij in geen één stoel meer paste.
“Het is werkelijk heel gezellig” schreef ik aan mijn vrouw, met wie ik rondwandelde. “En zoo prettig verlicht” schreef zij terug, want elkaar verstaan is uitgesloten.
In de meeste stands zitten bezoekers te eten of te drinken, maar er zijn er ook nog enkele waar iets te zien is, hoewel die minder bezocht zijn.
Mij komt het voor dat veel geëxposeerde artikelen rustiger en beter kunnen beschouwd worden in de winkels. Uitgezonderd is natuurlijk de hoek van Inlandsche kunstnijverheid, die als elk jaar weer belangwekkend is, en het drukke bezoek dan ook ten volle verdient. Ook de inzending van Landbouw en Veeteelt …. Is zeer aantrekkelijk en hoogst leerzaam, terwijl wij door den Dienst voor Volksgezondheid in staat gesteld worden ons op de hoogte te stellen van zaken die wij in de meeste gevallen moeilijk onder de oogen krijgen.
Volgens mijn bescheiden meening vormen de inzendingen als hierboven genoemd, het belangrijkste gedeelte van een Pasar Gambir en is het te hopen dat het Comité er in moge slagen dit soort grooter uitbreiding te geven. […]

Het Indische Leven - 9, 633

[Jakarta 6 – Societeit] 

ILW Jakarta 6 Pasar Baroe Waterlooplein Societeit Concordia 2b[1928] Zaterdag 14 Jan. ’s Morgens acht uur had op het Waterlooplein de plechtige uitreiking plaats van de eere-sabel, door H.M. de Koningin aan den Majoor der Infanterie H. Bebrens geschonken, als een huldeblijk voor diens wapenfeiten, gedurende de laatste helft van 1926 in Atjeh verricht. Op onze foto ziet men de bijeenkomst der militaire autoriteiten na afloop der parade in de Sociëteit “Concordia”.

 

 

Het Indische Leven - 9, 972

[Malang – Aantekeningen]

April 1928 – Een paar dagen geleden werd te Malang het nieuwe gebouw van de opleidingsbrigade van den Topografischen Dienst in gebruik genomen.

Het Indische Leven - 9, 1057

[Jakarta 5 – Pasar-Baroe-School] 

[1928] I.W, de Groote, hoofd van de Pasar Baroe-school alhier zal 7 Mei a.s. zijn functie neerleggen, na 36 jaar lang aan den bloei van deze school zijn beste krachten te hebben gewijd. Hij kan als een pionier van het Christelijk Onderwijs in Ned. Indië beschouwd worden. Nog steeds denkt hij niet aan rusten. Hij zal n.l. na zijn aftreden als Hoofd van genoemde school, een functie aanvaarden als Secretaris-Penningmeester van de Vereeniging voor Christelijke scholen te Batavia.

Het Indische Leven - 9, 1215

[Jakarta 6 – Komediebuurt] 

Zondagmorgen 10 dezer [Juni 1928] had nabij den Stadsschouwburg de start plaats van de wielrijders, die een wegren van Batavia naar Bandoeng gingen ondernemen. 11 Deelnemers kwamen binnen den gestelden tijd van 10 uur rijden aan, als eerste F. van Loon en als tweede met slechts 1 sec. verschil, E. Raes.

Het Indische Leven - 9, 1312 

[Jakarta 2 – Effectenbeurs] 

ILW Jakarta 2 Stadhuisplein Stationsplein Effectenbeurs 02Woensdagmorgen, 27 dezer [juni 1928] is er in de kota een merkwaardig ongeluk gebeurd met den electrischen trein, die te 7.21 van Kemajoran vertrok en om 7.33 te Batavia Noord moest aankomen. Door het weigeren van alle remmen reed de trein langs dit kop-station met een flinke vaart dóór, verbrijzelde een muur, en reed de Binnen-Nieuwpoortstraat in, waar hij vlak voor het oude gebouw der Escompto tot stilstand kwam.